Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf van elf jaar geëist tegen een 24-jarige man uit Leiden die vorig jaar een plaatsgenoot doodschoot in een woning aan de Korte Langstraat.
De verdachte stelt dat hij uit noodweer handelde, maar volgens justitie is dat niet aannemelijk.
De schietpartij vond plaats op 6 juni vorig jaar, toen de verdachte het slachtoffer bezocht voor een partij hasj van ongeveer negen kilo.
In de woning ontstond een ruzie, waarna het slachtoffer in beide benen werd geschoten. Hij overleed binnen enkele minuten aan zijn verwondingen. De verdachte vluchtte daarna naar Spanje en werd pas weken later aangehouden.
Tijdens het onderzoek verklaarde de man dat hij zich moest verdedigen omdat het slachtoffer hem zou hebben aangevallen. Volgens het Openbaar Ministerie klopt dat verhaal niet. De schotbaan en de afstand van waaruit is geschoten komen niet overeen met zijn verklaring. Ook had de verdachte nauwelijks verwondingen, terwijl hij zegt dat het slachtoffer hem meerdere keren bij de keel greep. Daarnaast nam hij zowel de hasj als het wapen mee toen hij in paniek de woning zou hebben verlaten. Het vuurwapen is nooit teruggevonden.
Volgens het OM is er sprake van doodslag. De officieren van justitie spraken hun zorg uit over de toename van vuurwapengeweld in het drugscircuit.
“Het gemak waarmee in dit soort situaties naar wapens wordt gegrepen, is zorgwekkend. Het signaal moet duidelijk zijn: wapens en geweld horen niet thuis in dit soort conflicten.” De rechtbank doet over drie weken uitspraak in de zaak.

