Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een gevangenisstraf van 12 jaar en TBS met dwangverpleging geëist tegen een 38-jarige man uit Berkel en Rodenrijs, beschuldigd van een poging tot moord op zijn ex-vriendin.
Dit incident, dat plaatsvond op 11 maart 2022, wordt door het OM gekenmerkt als een daad van femicide, waarbij de man zijn voormalige partner met voorbedachten rade probeerde te vermoorden.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de verdachte met een hamer de voordeur van het slachtoffer vernielde, de woning binnendrong, en haar in het hoofd probeerde te schieten. Ondanks een haperend wapen en een worsteling, slaagde hij erin het slachtoffer te verwonden en vluchtte vervolgens.
De achtergrond van de daad schetst een langdurige relatie van bijna twintig jaar, gekenmerkt door toenemend geweld, stalking, en bedreigingen na de relatiebreuk in 2021. Ondanks preventieve maatregelen, waaronder een alarmsysteem en tijdelijke onderbrenging in een blijf-van-mijn-lijfhuis met hun kind, kon het geweld niet voorkomen worden.
Het OM benadrukt de ernst van de situatie door de handelingen van de verdachte te duiden als femicide, een geweldsvorm die zich specifiek richt tegen vrouwen, vaak als uiting van macht en controle. Deze zaak illustreert volgens het OM een herkenbaar patroon van controle, isolatie, vernedering, en de weigering van de verdachte om de relatiebreuk te accepteren.
De weigering van de verdachte om mee te werken aan een psychiatrische observatie in het Pieter Baan Centrum weerhield deskundigen er niet van om te concluderen dat hij kampt met een ziekelijke stoornis. Dit onderstreept het gevaar dat hij zonder gedwongen behandeling zou kunnen vormen voor de maatschappij.
Het OM onderstreept daarnaast het belang van de registratie van geweldsmisdrijven tegen vrouwen, gestart in januari 2024, om beter inzicht te krijgen in de omvang van het probleem en passende maatregelen te kunnen nemen.
De uitspraak van de rechtbank wordt binnen veertien dagen verwacht, waarbij de nadruk ligt op de bescherming van de maatschappij en de erkenning van de ernst van geweld tegen vrouwen.

