Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dertien jaar gevangenisstraf geëist tegen een man die verdacht wordt van het doodschieten van een 22-jarige bijrijder in een auto aan de Aegidiusstraat in Rotterdam-Kralingen op 29 maart 2024.
Het incident, dat voortkwam uit een conflict over drugshandel, kostte het slachtoffer het leven na een schot door zijn pols en hoofd.
Op de bewuste avond zat de verdachte in zijn auto te praten met zijn neefje, toen een andere auto met twee inzittenden naderde. De verdachte waarschuwde zijn neefje om te vluchten en reed zelf weg. Het neefje stapte vervolgens in de auto van de inzittenden, naar eigen zeggen onder dwang. De verdachte parkeerde zijn wagen om de hoek, verschanste zich achter een geparkeerde auto en schoot tweemaal op de passerende auto. Eén kogel raakte de motorkap, de andere ging door een open zijraam en trof het slachtoffer dodelijk.
Volgens het OM was de schietpartij een aanval, geen zelfverdediging. De verdachte claimt dat hij op de banden mikte en handelde uit angst, omdat hij zich al langer bedreigd voelde door de inzittenden vanwege een conflict over drugshandel. Toch bleef hij actief in de drugswereld, ondanks een reguliere baan in de haven. De officier van justitie stelde: “Als je zo bang bent, waarom ga je dan door met dealen? Dit was een bewuste keuze voor criminaliteit.” Het OM weerlegt noodweer, omdat de verdachte zich doelbewust positioneerde en schoot op een manier die gericht was op letsel, niet op de banden.
De zaak onderstreept de link tussen drugscriminaliteit en vuurwapengeweld, dat volgens het OM het veiligheidsgevoel in Rotterdam ernstig schaadt, zeker bij een schietpartij op een drukke vrijdagavond in een woonwijk.
Voor de nabestaanden van het slachtoffer is het verlies onherstelbaar. Het OM benadrukt dat dergelijk geweld een lange gevangenisstraf rechtvaardigt. De rechtbank doet binnenkort uitspraak.

