Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een 54-jarige man in hoger beroep opnieuw veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien jaar voor de moord op zijn zakenpartner.
Daarmee volgt het hof het eerdere oordeel van de rechtbank. De man bracht het slachtoffer om het leven door hem in diens kantoor meerdere keren met een mes te steken.
Volgens het hof is komen vast te staan dat de doding geen impulsieve daad was, maar het resultaat van een weloverwogen plan. In de weken voorafgaand aan het geweld kocht de man een jachtmes en sprak hij tegenover zijn echtgenote uit dat hij zijn zakenpartner wilde doden. Aan het einde van de werkdag ging hij naar het bedrijfspand en viel hij het slachtoffer vrijwel direct na binnenkomst aan. Twee collega’s zagen de aanval gebeuren en probeerden in te grijpen.
In de aanloop naar het delict had de verdachte tegen anderen verklaard dat zijn vrouw door het latere slachtoffer ongewenst zou zijn benaderd. Hoewel de man in die periode boos en emotioneel was, functioneerde hij volgens het hof verder normaal en bleef hij aan het werk. Dat wijst er volgens de rechters op dat hij voldoende tijd had om na te denken over zijn handelen en bewust een besluit heeft genomen. Het hof kwalificeert de daad daarom als moord, gepleegd met voorbedachte rade.
Op verzoek van het hof is de man onderzocht door een psycholoog, die sprak van onder meer een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde het feit verminderd toe te rekenen. Het hof neemt dat advies niet over. De manier waarop de verdachte zijn handelen voorbereidde en uitvoerde, laat volgens de rechters zien dat hij doelgericht en berekenend te werk is gegaan. Er is geen aanwijzing dat psychische problemen zijn keuzes hebben bepaald.
Het hof noemt het geweld een ernstige vorm van eigenrichting en stelt dat het leed voor de nabestaanden niet te overzien is. Naast de lange gevangenisstraf moet de man een schadevergoeding betalen van in totaal ruim 177.000 euro aan de familie van het slachtoffer.

