De Brit Paul Quinn is veroordeeld tot 21 jaar gevangenisstraf voor een gewelddadige verkrachting en mishandeling die in 2003 plaatsvond in Little Hulton.
Volgens de rechtbank wurgde hij het slachtoffer tot bewusteloosheid voordat hij haar seksueel misbruikte.
De zaak heeft internationaal veel aandacht gekregen vanwege een ernstige gerechtelijke dwaling die er jarenlang aan verbonden was. Andrew Malkinson zat uiteindelijk zeventien jaar vast voor hetzelfde misdrijf voordat zijn veroordeling werd vernietigd.
Tijdens het oorspronkelijke politieonderzoek kwam Paul Quinn niet als verdachte in beeld, ondanks dat hij eerder was veroordeeld voor zedendelicten en in de directe omgeving van de plaats delict woonde.
Het onderzoek richtte zich destijds volledig op Malkinson, die door het slachtoffer werd aangewezen als dader. Daarbij speelde dat er op dat moment geen sluitend DNA-bewijs was dat de daadwerkelijke dader identificeerde.
Pas in 2023 kwam er een doorbraak in de zaak. Nieuw DNA-onderzoek koppelde sporen alsnog aan Paul Quinn, waarna het onderzoek werd heropend en hij uiteindelijk kon worden vervolgd.
De gevolgen voor Malkinson waren ingrijpend. Hij zat van 2003 tot 2020 vast en kreeg na zijn vrijspraak een schadevergoeding van ongeveer 1,5 miljoen euro toegekend.
De zaak geldt in het Verenigd Koninkrijk inmiddels als een van de meest ernstige voorbeelden van een gerechtelijke dwaling.
De veroordeling van Quinn sluit een jarenlang juridisch traject af, maar laat tegelijk vragen open over hoe het oorspronkelijke onderzoek zo mis kon gaan.
Vijf politieagenten worden nog onderzocht door toezichthouder IOPC vanwege mogelijke fouten in de opsporing.

