Justitie heeft 50 miljoen euro geëist van een veroordeelde beroepscrimineel.

De rechtbank veroordeelde een inmiddels 50-jarige man tot 8 jaar gevangenisstraf vanwege deelname aan een criminele organisatie, die zich bezig hield met in- en uitvoer van partijen harddrugs en witwassen. Vandaag stond de ontneming van het crimineel vermogen op zitting voor de inhoudelijke behandeling. Het OM eist dat de beroepscrimineel 50.811.156,- euro aan crimineel verdiend vermogen betaalt aan de staat.

Het gaat om feiten in de periode van 2008 tot 2011. In het vonnis van de rechtbank is te lezen dat de verdachte onder andere betrokken was bij het witwassen van een half miljoen euro, voorbereidingshandelingen voor het vervoer van verdovende middelen en daarnaast kan 135 kilo cocaïne in Peru aan hem gelinkt worden. Het vonnis is onherroepelijk en vormt de basis voor de ontnemingsvordering. ‘Het doel van iedere ontnemingsmaatregel is dat de pleger van een strafbaar feit wordt terug gebracht in de positie die hij zou hebben gehad als hij het strafbare feit niet had gepleegd. Dat geldt voor iedere ontnemingszaak, ongeacht de omvang van de ontnemingsvordering,’ aldus de officier van justitie.

Het OM heeft voor de berekening van het crimineel vermogen de uitgaven van de veroordeelde in beeld gebracht. Er zijn doorzoekingen geweest op meerdere locaties in Nederland, maar ook in Spanje in woningen van de veroordeelde en in woningen in de Verenigde Arabische Emiraten, waaruit informatie is verkregen. In Dubai werd administratie gevonden van inkomsten en uitgaven, die werden bijgehouden door de zus van de veroordeelde. De veroordeelde had een bedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), dat zich richtte op export van auto’s naar Nederland.

Uit onderzoek blijkt volgens het OM dat het bedrijf nauwelijks auto’s uitvoerde en er werd ook amper administratie gevoerd. Dat terwijl hij en familieleden een salaris ontvingen uit het bedrijf. Daarnaast zijn zeker 50 bankrekeningen en 14 creditcards gelinkt aan de verdachte. Uit onderzoek is gebleken dat de veroordeelde miljoenen betaalde aan andere criminelen. Daarnaast investeerde hij miljoenen in vastgoedprojecten in Nederland, Spanje en Nicaragua. Er is over de periode 2000 tot 2011 geen legaal inkomen of vermogen bekend.

Het OM komt alle informatie overziend op een eindvermogen van ruim 34 miljoen Euro. Hieronder is dus geld op bankrekeningen in Dubai en Zwitserland, investeringen in vastgoed, de investering in het autobedrijf in de VAE en wat investeringen in horeca in Nederland. Daar bovenop komen dan nog uitgaven uit het vermogen in die periode van ruim 16 miljoen. ‘Alles bij elkaar opgeteld is er is dus een vermogen aanwezig geweest van (minimaal) ruim 50 miljoen, waarvan geen legale herkomst is gevonden,’ aldus de officier op zitting. Het OM heeft bij de rechtbank 50.811.156 euro geëist. De rechtbank doet begin september 2020 uitspraak.