In het hoger beroep rond een reeks zedenmisdrijven in Schiedam en Vlaardingen heeft het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag zeven jaar cel geëist tegen een 55-jarige man uit Schiedam.
De man wordt verdacht van het verkrachten van twee meisjes van 13 en 15 jaar oud en van een poging tot aanranding van een derde meisje. De zedenfeiten vonden plaats in augustus 2010, maar bleven jarenlang onopgelost.
Misbruik in kelderboxen
In de zomer van 2010 werden drie jonge meisjes slachtoffer van een man die hen op de fiets volgde naar hun woning. In twee gevallen werden de slachtoffers met een mes bedreigd en vervolgens verkracht in de kelderbox van hun flat. In het derde geval kon het meisje wegvluchten, maar ook zij werd op hinderlijke wijze benaderd. De dader gaf zijn slachtoffers de duidelijke boodschap te zwijgen, onder dreiging van geweld.
Doorbraak na jaren stilstand
Pas in 2021 kwam de zaak in beweging toen een speciaal coldcaseteam van de politie de dossiers opnieuw onderzocht. Op basis van slachtofferverklaringen werd een hologram van de vermoedelijke dader gemaakt, dat breed werd verspreid in de regio. Een tipgever herkende de man, waarna zijn DNA werd vergeleken met sporen van de misdrijven. Die vergelijking leidde tot een match.
Eerdere veroordeling en hoger beroep
De verdachte werd vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot zes jaar cel voor de verkrachtingen. Zowel hijzelf als het OM ging in hoger beroep. De verdachte betwist zijn betrokkenheid, terwijl het OM ook de poging tot aanranding bewezen acht en een zwaardere straf wil. De eerder aan de zaak gekoppelde verdenking van witwassen is in hoger beroep niet meer aan de orde.
Volgens het OM is er sprake van één en dezelfde dader, die in alle gevallen dezelfde werkwijze toepaste: meisjes op de fiets volgen na school, hen aanspreken bij hun flat en proberen mee te lokken naar de kelderbox.
De advocaat-generaal benadrukte tijdens de zitting dat de gebeurtenissen een blijvende impact hebben gehad op de slachtoffers. “Deze meisjes zijn hun gevoel van veiligheid voorgoed kwijtgeraakt. Ze leven sindsdien in voortdurende waakzaamheid, met angst en wantrouwen als constante metgezellen.”

