Dieven hebben vier kunstwerken van de Franse impressionist Pierre-Auguste Renoir buitgemaakt uit zijn voormalige woning aan de Franse Rivièra.
Twee van de gestolen werken werden later teruggevonden in de tuinen van het museum in Cagnes-sur-Mer. De andere twee kunstwerken zijn nog altijd spoorloos.
Het alarm van het Renoirmuseum ging kort voor 06.00 uur af. De politie was volgens burgemeester Bryan Masson binnen vijf minuten bij het museum, maar de inbrekers waren toen al verdwenen. Op camerabeelden zijn twee personen te zien.
De daders lijken goed voorbereid te werk te zijn gegaan. Ze hadden onder meer een ijzerzaag bij zich, waarmee ze de lijsten van de kunstwerken konden loszagen. Twee werken namen ze uiteindelijk niet mee en lieten ze achter op het terrein van het museum.
De politie is een klopjacht naar de verdachten gestart. De burgemeester spreekt van inbrekers die goed waren uitgerust en wisten hoe ze te werk moesten gaan.
Welke werken precies zijn gestolen, wordt voorlopig niet bekendgemaakt. Ook over de afzonderlijke waarde van de kunstwerken doet het stadsbestuur geen uitspraken zolang het onderzoek loopt. Eerder werd de totale waarde van de vier werken geschat op ongeveer 9 miljoen euro.
Het Renoirmuseum bevindt zich in Cagnes-sur-Mer, waar Renoir tijdens de laatste jaren van zijn leven woonde. Het museum is gevestigd in de voormalige woning van de schilder en bevat werken en persoonlijke herinneringen die verband houden met zijn leven.
De roof past in een reeks opvallende kunstroven die Europa het afgelopen jaar hebben opgeschrikt. In oktober werden acht kroonjuwelen van Napoleon uit het Louvre gestolen.
In maart verdwenen schilderijen van onder anderen Renoir uit een museum in de buurt van Parma in Noord-Italië.

