Op een verlaten erf bij Guadalajara, in de Mexicaanse deelstaat Jalisco, hebben ouders van vermiste personen een gruwelijke ontdekking gedaan.
Op het terrein, dat vermoedelijk jarenlang door het Jaliscokartel werd gebruikt als trainingskamp, troffen ze verbrande kleding, botresten en honderden paren schoenen aan. De vondst zorgt voor hevige beroering in de regio, zeker nu het Mexicaanse Openbaar Ministerie stelt dat er geen bewijs is dat op de locatie lichamen zijn verbrand.
De boerderij kwam in beeld tijdens een zoekactie van Guerreros Buscadores de Jalisco, een organisatie van ouders die hun verdwenen kinderen zoeken. Volgens de families duiden de sporen ter plaatse op grootschalige verbrandingen van lichamen, wat erop zou wijzen dat het terrein dienstdeed als clandestien crematorium van het kartel. Justitie spreekt dat tegen en stelt dat de brandplekken afkomstig zijn van ‘gewone kampvuren’.
Die uitleg wordt door de betrokken families als ongeloofwaardig bestempeld. In een brief aan de pas aangetreden president Claudia Sheinbaum beschuldigen ze de procureur-generaal ervan “de waarheid te willen vermoorden” door de vondst te bagatelliseren. “We zijn moe van het wegkijken en de leugens,” schrijven ze. “Wat moet er nog meer gevonden worden voordat men de werkelijkheid onder ogen durft te zien?”
De spanningen in de regio zijn sinds de ontdekking sterk opgelopen. Vorige week werden een moeder en haar zoon, beiden actief in de zoekactie, vermoord. Het geweld onderstreept de gevaarlijke situatie waarin burgergroepen zich bevinden bij het zoeken naar vermisten. Jalisco is al jaren een van de zwaarst getroffen deelstaten in Mexico op het gebied van verdwijningen en kartelgeweld.
De ouders eisen nu niet alleen erkenning voor hun vondst, maar ook bescherming tegen het aanhoudende geweld. “We willen dat onze kinderen worden gevonden, maar we willen zelf ook levend thuiskomen,” verklaart een woordvoerder van de zoekgroep. De oproep aan de federale regering om op te treden is urgent en beladen met wanhoop: “We zoeken niet alleen naar botten, we zoeken naar gerechtigheid.”

