Een 19-jarige man uit Rotterdam hoorde vandaag in de rechtbank zes jaar cel tegen zich eisen voor een reeks gruwelijkheden die hij samen met een medeverdachte zou hebben gepleegd op een slachtoffer dat hij via een Tinder-date in de val lokte.
Het Openbaar Ministerie beschuldigt de man van vrijheidsberoving, zware mishandeling, afpersing en chantage. De vrouwelijke medeverdachte, een 19-jarige vrouw uit Roosendaal, riskeert zestien maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
Volgens justitie begon de zaak op 25 juli 2024 toen het slachtoffer via Tinder in contact kwam met de vrouwelijke verdachte, die zich voordeed als ‘Elisa’. Ze wisselden berichten uit en spraken op 26 juli af. Hoewel de ontmoeting aanvankelijk volgens afspraak verliep, sloeg de sfeer kort daarna volledig om. De vrouw wist het slachtoffer ertoe te bewegen zijn pincode en bankgegevens prijs te geven, die ze vervolgens deelde met de mannelijke verdachte.
Wat volgde was een nachtmerrie van bijna twee dagen. In een woning in Utrecht werd het slachtoffer vastgebonden, mishandeld, vernederd en ernstig gemarteld. Hij kreeg onder meer sigaretten op zijn huid uitgedrukt, werd met bleek overgoten en op zijn voeten werden brandwonden toegebracht. Artsen constateerden later gekneusde ribben, brandwonden, een hoofdwond en een hartkneuzing. Volgens het OM was het motief financieel gewin: de daders wilden geld en hebben het slachtoffer met geweld en chantage onder druk gezet.
Uit onderzoek blijkt dat de mannelijke verdachte onder meer €5000,- van de rekening van het slachtoffer opnam. Op camerabeelden van pinautomaten is hij herkend. Op de telefoons van beide verdachten zijn bovendien compromitterende filmpjes van het slachtoffer gevonden, waarmee hij werd bedreigd.
De nachtmerrie eindigde pas op 28 juli toen het slachtoffer uit paniek van het dak van de woning sprong en wist te ontsnappen. De vrouwelijke verdachte werd kort daarna gearresteerd, de mannelijke verdachte volgde later die dag. Op dat moment was hij onderweg om nieuwe materialen te halen om het slachtoffer verder vast te houden.
Volgens het OM heeft de mannelijke verdachte weinig verantwoordelijkheid genomen, ontkent hij betrokkenheid bij het geweld en heeft hij een strafblad. Daarom acht het OM een gevangenisstraf van zes jaar op zijn plaats, inclusief een contactverbod en het betalen van schadevergoeding.
Voor de vrouwelijke verdachte, die volledig meewerkte aan het onderzoek en volgens deskundigen verminderd toerekeningsvatbaar is, eist het OM zestien maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De rechtbank doet op 17 juni uitspraak.

