Ridouan Taghi, de hoofdverdachte in het omvangrijke Marengo-proces, zit opnieuw zonder advocaat.
Tijdens een tussentijdse zitting in zijn hoger beroep verklaarde hij dat hij inmiddels zes advocatenkantoren heeft benaderd, maar zonder succes. Volgens Taghi weigeren advocaten hem te verdedigen uit angst of vanwege intimidatie. De voortgang van het hoger beroep komt hierdoor in gevaar, aldus het gerechtshof, dat spreekt van “een grote zorg”.
De huidige situatie volgt op het recente vertrek van zijn juridische team. Zijn advocaat Vito Shukrula werd in april gearresteerd op verdenking van het doorgeven van berichten vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Kort daarna besloten ook de andere twee advocaten hun werk voor Taghi neer te leggen. Volgens de verdachte zelf is de verdenking tegen Shukrula “belachelijk” en “voor de bühne”.
Het is niet de eerste keer dat Taghi zonder verdediging komt te zitten. Eerder, in de slotfase van het Marengo-proces, werd zijn toenmalige advocaat Inez Weski eveneens opgepakt, eveneens op verdenking van het doorspelen van informatie aan de buitenwereld. Ook toen lukte het Taghi lange tijd niet om een nieuw juridisch team samen te stellen.
Taghi verklaarde tijdens de zitting geen vertrouwen te hebben in de hulp van de Raad voor de Rechtsbijstand en de Orde van Advocaten, die momenteel proberen een geschikte advocaat voor hem te vinden. Hij stelt alleen verdedigd te willen worden door iemand met ervaring in zware liquidatiezaken.
Ridouan Taghi geldt als een van de grootste kopstukken van de georganiseerde misdaad in Nederland. Hij werd op 16 december 2019 gearresteerd in Dubai en overgeleverd aan Nederland. In juli 2023 werd hij door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens zijn rol als opdrachtgever bij meerdere liquidaties en pogingen daartoe, waaronder de moord op Ronald Bakker (2015), de vergismoord op Hakim Changachi (2017), en de mislukte moordpoging op Khalid Hmidat (2016).
Het Marengo-proces, waarin zeventien verdachten terechtstaan, wordt beschouwd als een van de grootste strafzaken in de Nederlandse geschiedenis. Het Openbaar Ministerie stelt dat Taghi aan het hoofd stond van een criminele organisatie die zich bezighield met onder meer moord, drugshandel en wapenbezit. Het hoger beroep loopt nog, maar de verdediging ligt dus opnieuw stil.

