In Colombia zijn minstens vier mensen om het leven gekomen bij een reeks bomaanslagen gericht op politiebureaus.
De explosies vonden plaats in de stad Cali en bij een tolhuisje in het departement Cauca. Volgens de autoriteiten werden de explosieven geplaatst in voertuigen, waaronder auto’s en motoren, en waren de aanslagen gericht op veiligheidsdiensten.
De Colombiaanse regering wijst de verantwoordelijkheid toe aan FARC-EMC, een afsplitsing van de voormalige guerrillabeweging FARC. Deze groep heeft zich opnieuw bewapend na het vredesakkoord dat de FARC in 2016 met de overheid sloot. De huidige regering worstelt met het toenemende geweld van opkomende rebellengroepen, die in meerdere regio’s steeds meer terrein winnen.
Hoewel Colombia al decennialang wordt geconfronteerd met gewapend conflict, zijn bomaanslagen in stedelijke gebieden met mogelijke burgerdoelen relatief zeldzaam. De recente aanvallen markeren dan ook een verontrustende escalatie.
De vredesonderhandelingen tussen de regering en FARC-EMC zijn vorig jaar vastgelopen, mede door eerdere aanvallen op veiligheidstroepen. De aanslagen komen kort na een ander ernstig incident, waarbij senator Miguel Uribe enkele dagen geleden werd neergeschoten tijdens een politieke bijeenkomst in de hoofdstad Bogota. Uribe ligt nog in kritieke toestand in het ziekenhuis.
Een 15-jarige jongen is gearresteerd voor de schietpartij. Hij zou op camerabeelden de schutter zijn, maar ontkent momenteel schuld tijdens zijn verhoor voor de rechter. De spanningen in het land nemen toe, terwijl de autoriteiten onder grote druk staan om de veiligheid te herstellen.

