Vijf Australische vrouwen mogen hun rechtszaak tegen Qatar Airways alsnog voortzetten, zo heeft het federale hof van Australië geoordeeld.
De vrouwen werden in oktober 2020 zonder waarschuwing uit een vliegtuig gehaald op de luchthaven van Doha en onderworpen aan een inwendig onderzoek, nadat er een pasgeboren baby was aangetroffen in een afvalbak op het vliegveld. Het incident veroorzaakte wereldwijd grote verontwaardiging.
De betrokken vrouwen stellen dat zij onder valse voorwendselen uit het toestel zijn gehaald en vervolgens gedwongen werden zich te ontkleden in een ambulance op de luchthaven. Ze eisen schadevergoeding vanwege de psychische schade die ze door de behandeling hebben opgelopen.
De zaak werd in 2022 aanvankelijk afgewezen met een beroep op internationale luchtvaartverdragen die luchtvaartmaatschappijen beschermen tegen bepaalde claims. Het hof oordeelt nu echter dat die afwijzing te vroeg kwam en dat de zaak inhoudelijk behandeld moet worden.
Naast Qatar Airways richten de vrouwen hun aanklacht ook tegen de luchthavenbeheerder van Doha en de Qatarese luchtvaartautoriteit. Een medewerker van het vliegveld werd eerder al veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf voor zijn rol in het incident.
De Australische regering noemde de behandeling destijds “weerzinwekkend” en mensenrechtenorganisatie Amnesty International sprak van ernstige schendingen van de mensenrechten. Het nieuwe oordeel van het hof betekent dat de vrouwen alsnog de kans krijgen om hun zaak in de rechtszaal toe te lichten.

