In de Tillabéri-regio in westelijk Niger zijn ten minste 22 mensen om het leven gekomen bij aanvallen door gewapende mannen.
Vijftien slachtoffers vielen tijdens een doopceremonie, terwijl later op een andere locatie nog zeven mensen werden gedood.
Het is nog onduidelijk of alle slachtoffers christen waren, maar getuigen melden dat de schutters plotseling begonnen te schieten, vermoedelijk vanaf motoren.
De Tillabéri-regio grenst aan Mali en Burkina Faso en vormt al jaren een brandpunt van jihadistische activiteiten. Groepen als de Islamitische Staat in de Grote Sahara (ISGS) en affiliates van Al-Qaeda voeren regelmatig aanvallen uit op dorpen, markten en religieuze bijeenkomsten. Deze groepen proberen controle af te dwingen over gebieden door iedereen die zich niet bij hen wil voegen, inclusief imams en burgers tijdens gebed in moskeeën, te intimideren of te doden.
Lokale autoriteiten hebben de aanvallen bevestigd, maar hebben voorlopig geen officieel dodental vrijgegeven. Mensenrechtenactivist Maikoul Zodi noemt de acties een “actie van dood en terreur” en stelt dat het onbegrijpelijk is dat dergelijke bloedbaden ondanks de aanwezigheid van leger- en veiligheidsoperaties zo makkelijk kunnen plaatsvinden.
De regio Tillabéri wordt al geruime tijd geteisterd door instabiliteit, met frequente aanvallen op lokale gemeenschappen en ontheemding van duizenden inwoners. De combinatie van slecht bereikbare gebieden, beperkte infrastructuur en de nabijheid van internationale grenzen maakt het voor Niger moeilijk om effectief op te treden tegen de gewapende groepen. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat zonder versterkte veiligheid en civiele bescherming de situatie voor burgers steeds precairder blijft.
De aanvallen onderstrepen de voortdurende dreiging van extremistische groepen in de Sahel en de uitdagingen waarmee regeringen in Niger en buurlanden worden geconfronteerd bij het beschermen van burgers tegen willekeurige, grootschalige gewelddadigheden.

