De rechtbank in Den Haag heeft een 49-jarige vrouw en een 49-jarige man veroordeeld voor de uitbuiting en mishandeling van een 20-jarig pleegkind met een verstandelijke beperking.
De vrouw kreeg 30 maanden cel, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. De man werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf.
Het slachtoffer, dat sinds november 2022 bij de vrouw in Delft woonde, heeft een verstandelijke beperking, een laag IQ en epileptische aanvallen. De mannelijke verdachte trok later in het huishouden in.
Vanaf december 2023 ontving Veilig Thuis zeven meldingen van bezorgdheid over de situatie van het pleegkind. In mei 2024 werd ze na medisch onderzoek met spoed uit huis geplaatst, waarbij artsen diverse verwondingen vaststelden.
Volgens de rechtbank dwongen de verdachten het slachtoffer tot zware huishoudelijke taken, zoals schoonmaken, wassen en opruimen, zonder enige vergoeding. Haar biologische kinderen werden hiervan vrijgesteld. Bij het niet uitvoeren van opdrachten werd ze fysiek gestraft met schoppen, slaan, uithongering en langdurig staan. Ook werd ze verbaal vernederd, kreeg ze brandende sigaretten op haar lichaam gedrukt en werd haar haar op brute wijze afgeknipt. Getuigen meldden dat het slachtoffer vaak om hulp riep en dat haar bewegingsvrijheid in huis ernstig werd beperkt.
De rechtbank oordeelde dat beide verdachten zich schuldig maakten aan uitbuiting, mishandeling en het schaden van de gezondheid van het pleegkind. De vrouw had geen strafblad, terwijl de man al meerdere veroordelingen voor geweld op zijn naam had staan. Beiden mogen vijf jaar geen contact hebben met het slachtoffer en moeten haar een schadevergoeding van ruim 6.000 euro betalen.

