Het Openbaar Ministerie in Amsterdam heeft een zware straf geëist tegen een 28-jarige man die wordt verdacht van het doden van een 23-jarige man op het Hoofddorpplein in Amsterdam-Zuid.
De steekpartij vond plaats in de nacht van 8 op 9 augustus 2024. Volgens de aanklager handelde de verdachte met voorbedachte raad en moet hij zestien jaar de cel in, gevolgd door TBS met dwangverpleging.
Het slachtoffer bracht de avond door met vrienden op het plein, waar zij wel vaker samenkwamen. Nadat hij kort was weggelopen om te plassen en terugkeerde naar de groep, zou de verdachte hem uit het niets hebben aangevallen en recht in het hart hebben gestoken. De man bezweek ter plaatse aan zijn verwondingen. De verdachte werd enkele dagen later, op 15 augustus, aangehouden.
Uit onderzoek blijkt dat de verdachte die nacht bewust naar het plein ging met een mes in zijn bezit. Hij verschool zich vlak bij de groep onder een autohoes die hij zelf had meegenomen. Toen het slachtoffer terugliep naar zijn vrienden, werd hij direct aangevallen. Op camerabeelden is te zien dat de verdachte na de steekpartij wegrent richting de straat waar hij woont. Opvallend detail: van precies die dag ontbreken de beelden van zijn deurbelcamera, al is niet duidelijk of ze nooit zijn opgeslagen of later verwijderd.
De autohoes waarop DNA werd gevonden lijkt een belangrijk belastend bewijsstuk. Zowel het DNA van de verdachte als dat van het slachtoffer werd op de stof aangetroffen, precies rond plekken met beschadigingen. Ook verklaren getuigen dat er al eerder spanningen bestonden tussen de verdachte en de vriendengroep.
Bij een huiszoeking werden daarnaast kinderporno op een computer van de verdachte en een gasdrukpistool dat sterk lijkt op een echt vuurwapen gevonden. De man verbleef voor observatie in het Pieter Baan Centrum, maar werkte niet mee aan psychologisch onderzoek. Ondanks dat gebrek aan medewerking stellen deskundigen dat sprake is van complexe problematiek.
Het OM acht behandeling noodzakelijk en ziet TBS met dwangverpleging als onvermijdelijk. De rechtbank doet uitspraak op 13 januari 2026.

