De nabestaanden van de 16-jarige Konoa Wilson uit San Diego ontvangen een schadevergoeding van 30 miljoen dollar, omgerekend ruim 25 miljoen euro, na zijn fatale ontmoeting met de politie eerder dit jaar.
Het bedrag is tot stand gekomen via een schikking, waardoor een langdurige rechtszaak wordt voorkomen.
De situatie escaleerde in januari bij een treinstation, waar Wilson op de vlucht was nadat hij was bedreigd door een andere tiener met een vuurwapen. Hoewel de eerste schutter hem niet raakte, werd Wilson kort daarna zelf onder vuur genomen door een politieagent. De jongen werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht en overleed daar later aan zijn verwondingen.
De zaak leidde tot grote verontwaardiging bij de familie, die beweerde dat raciale vooroordelen een rol zouden hebben gespeeld bij de schietpartij. De advocaat van de nabestaanden kondigde eerder aan een claim van 100 miljoen dollar te willen indienen, maar uiteindelijk is gekozen voor een schikking buiten de rechtbank.
Met de 30 miljoen dollar overstijgt de regeling zelfs het bedrag dat de familie van George Floyd ontving, die in 2020 een centrale rol speelde in een wereldwijde discussie over politiegeweld.
De agent die het schot loste, is vooralsnog niet teruggekeerd op straat en werkt momenteel in een administratieve functie. Het Openbaar Ministerie doet nog onderzoek naar zijn handelen.
De schikking biedt de nabestaanden enige financiële erkenning, maar de discussie over het gebruik van dodelijk geweld door de politie in de Verenigde Staten blijft daarmee onverminderd actueel.

