Cel opgelegd voor deelname aan criminele organisatie, vrijspraken voor plannen liquidatie man uit Amstelveen

Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag twee mannen veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 2 jaar en 4 maanden en 2 jaar voor deelname aan een criminele organisatie.

Beide verdachten werden vrijgesproken van de voorbereiding van moord op een man uit Amstelveen. In eerste aanleg had de rechtbank hen al vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie had zeven jaar en drie maanden en zeven jaar cel geëist.

Volgens het hof gebruikten de verdachten peilbakens en camera’s om de verblijfplaats van het slachtoffer te achterhalen en hem te observeren. Dit leverde echter geen strafbare voorbereiding op moord op, omdat niet kon worden vastgesteld dat de middelen op het moment van een eventuele uitvoering van het misdrijf van direct belang zouden zijn geweest.

Wel veroordeelde het hof de mannen voor deelname aan een criminele organisatie. Zij maakten deel uit van een samenwerkingsverband dat het plegen van moord op de man uit Amstelveen en mogelijk anderen als doel had. Voor deze veroordeling is het niet nodig dat een lid zelf strafbare handelingen uitvoert; een bijdrage aan het doel van de organisatie is voldoende. De observaties en andere werkzaamheden van de verdachten droegen bij aan het doel van de criminele organisatie, waardoor zij hiervoor strafbaar zijn.

Aan één van de verdachten werd bovendien een veroordeling voor witwassen opgelegd. Het hof legde hem een gevangenisstraf van 2 jaar en 4 maanden op, terwijl de andere verdachte 2 jaar cel kreeg. De straffen liggen lager dan de eis van het OM, mede doordat de verdachten zijn vrijgesproken van voorbereiding moord en omdat de redelijke termijn in de zaak was overschreden.

Tegelijkertijd behandelde het hof het onderzoek Antigo II, waarbij drie verdachten werden vrijgesproken van poging tot moord op een man uit Amstelveen, zijn dochter en (ex-)partner. Bij dat incident, op 16 maart 2019, werden het slachtoffer en zijn dochter beschoten. De schutters konden echter niet worden geïdentificeerd. Hoewel de verdachten betrokken waren bij voorbereidingen, zoals het uitvoeren van voorverkenningen en het klaarzetten van een vluchtauto, was er onvoldoende bewijs dat zij de schutters waren of hen aanstuurden.

In deze zaak werden de verdachten slechts bestraft voor gerelateerde feiten: één man kreeg vijf weken cel voor het bezit van 193 gram cocaïne, en een andere verdachte kreeg een geldboete voor het bezit van patronen. Het OM kan in een later stadium besluiten of aanvullende vervolging noodzakelijk is

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X