In het strafproces rond de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries hebben opnieuw twee veroordeelden cassatie ingesteld.
Het gaat om Gerower M. en Divainy K., die zich daarmee aansluiten bij twee andere betrokkenen die eerder al aanklopten bij de Hoge Raad. Of alle ingestelde procedures daadwerkelijk worden doorgezet, is nog niet duidelijk.
Gerower M. kreeg van het gerechtshof een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd. Het hof oordeelde dat hij deel uitmaakte van een criminele organisatie die betrokken was bij de moord.
Andere beschuldigingen, waaronder het verrichten van voorverkenningen en het vastleggen van De Vries op beeld, werden door het hof niet bewezen geacht. In een eerdere fase van het proces was hij voor deelname aan de criminele organisatie nog vrijgesproken, terwijl het Openbaar Ministerie destijds een aanzienlijk hogere straf had geëist.
Ook Divainy K. is door het hof veroordeeld voor zijn rol binnen dezelfde criminele organisatie. Hij kreeg vier jaar cel, een straf die overeenkwam met de eis van het Openbaar Ministerie. Volgens het hof speelde hij een faciliterende rol door onder meer logistieke zaken en betalingen te regelen. Net als bij Gerower M. kwam het hof hiermee tot een ander oordeel dan de rechtbank in eerste aanleg, die hem nog had vrijgesproken.
De advocaten van beide mannen hebben bezwaar tegen de juridische onderbouwing van de uitspraken. Zij vinden dat onvoldoende is gemotiveerd waarom sprake zou zijn van deelname aan een criminele organisatie. Met het instellen van cassatie vragen zij de hoogste rechter om de beslissingen te toetsen.
De Hoge Raad buigt zich niet opnieuw over de feiten, maar kijkt uitsluitend of het recht juist is toegepast en of de uitspraken voldoende zijn gemotiveerd. Als de Hoge Raad fouten vaststelt, kan de zaak worden teruggestuurd naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling.

