Voor de rechtbank in Zutphen stond dinsdag een 34-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats terecht op verdenking van poging tot doodslag op een 66-jarige vrouw.
Het Openbaar Ministerie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden geëist, gecombineerd met tbs met dwangverpleging. Volgens justitie is sprake van extreem en levensbedreigend geweld, waarbij het slachtoffer weerloos werd achtergelaten.
Het incident vond plaats op 25 februari 2025. De vrouw was die dag boodschappen gaan doen en raakte onderweg en bij de supermarkt in contact met de verdachte, die bekendstaat als verslaafd. Zij liet hem met haar meegaan naar haar woning. Wat zich daar in de uren daarna afspeelde, eindigde in een ernstig geweldsdelict.
Laat op de avond belde de vrouw zelf de meldkamer. Agenten troffen haar kort daarna in haar woning aan in een hulpeloze toestand, met zwaar letsel. De verdachte was op dat moment al vertrokken. Camerabeelden laten zien dat hij rond 23.30 uur via de achtertuin de woning verliet, terwijl het slachtoffer ernstig gewond achterbleef. De volgende ochtend werd de man aangehouden.
De vrouw werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis, maar overleed ongeveer een maand later aan haar verwondingen. Hoewel dat overlijden voor de nabestaanden onlosmakelijk verbonden is met de mishandeling, wordt de verdachte daar formeel niet voor vervolgd. Volgens het OM kan poging tot doodslag echter wel bewezen worden, gezien de ernst en aard van het letsel.
Uit forensisch onderzoek blijkt dat het slachtoffer over haar hele lichaam bloeduitstortingen had, evenals zwaar hoofdletsel. Haar keel was dichtgeknepen en zij verloor meerdere keren het bewustzijn. In de woning werden duidelijke sporen gevonden van een hevig geweldsincident. De verklaring van de verdachte, die stelde dat hij haar slechts enkele keren met de vlakke hand zou hebben geslagen, wordt door justitie volledig tegengesproken door het medische en technische bewijs.
Volgens de verklaring van het slachtoffer begon het geweld nadat de verdachte boos werd omdat zij geen joint voor hem had. De officier van justitie schetste in haar betoog een schrijnend beeld van machtsmisbruik: een kwetsbare, slecht ter been zijnde vrouw tegenover een jonge, fysiek sterke man. Dat het slachtoffer de eerste uren na de aanval heeft overleefd, kan volgens het OM niet aan het handelen van de verdachte worden toegeschreven.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek naar de man wijst op een persoonlijkheidsstoornis in combinatie met ernstige en langdurige verslavingsproblemen. Eerdere pogingen tot begeleiding, behandeling en toezicht zijn mislukt. Ook eerdere straffen, variërend van taakstraffen tot gevangenisstraf, hebben niet geleid tot gedragsverandering. De kans op herhaling wordt door deskundigen als hoog ingeschat.
Volgens het OM is het noodzakelijk om in te grijpen om verdere geweldsincidenten te voorkomen. De geëiste combinatie van een lange celstraf en tbs met dwangverpleging houdt rekening met een verminderde toerekeningsvatbaarheid, maar moet vooral dienen om de samenleving te beschermen en de geweldsspiraal van de verdachte te doorbreken.
De rechtbank doet op een later moment uitspraak.

