Het Openbaar Ministerie houdt twee broers uit Alkmaar verantwoordelijk voor de dood van de 25-jarige Tijn.
Tijdens een eerste, inleidende zitting bij de rechtbank in Haarlem schetste justitie maandag een grimmig scenario waarin Mike W. (32) en zijn oudere broer Sander W. (39) volgens het OM samen zouden hebben gewerkt aan de liquidatie en het wegmaken van het slachtoffer.
Tijn werd halverwege september vorig jaar als vermist opgegeven. Hij verdween nadat hij op het Deurlooplein in Alkmaar in een auto stapte die werd bestuurd door de vader van de verdachten. Kort daarna werd zijn fiets op datzelfde plein teruggevonden. Justitie gaat ervan uit dat Tijn al op 12 september is omgebracht, mogelijk binnen tien minuten nadat hij in de auto was gestapt. Vanaf die middag is geen enkel teken van leven meer van hem vastgesteld.
Volgens het OM had Mike W. een afspraak met Tijn en bracht hij hem vervolgens naar zijn broer Sander. In de visie van justitie is Tijn daar met een mes om het leven gebracht. Wat daarna volgde, wijst volgens het OM op een zorgvuldig voorbereide poging om het lichaam te laten verdwijnen.
In de nacht na de verdwijning zag een getuige hoe twee mannen bij de woning van Sander W. een boedelbak aan het inladen waren. Uit zendmastgegevens blijkt dat in diezelfde nacht meerdere telefoons, waaronder die van beide verdachten en twee toestellen van Tijn, richting België bewogen. Ook de telefoons van de partner en kinderen van Mike W. zouden volgens justitie die verplaatsing hebben gevolgd.
De boedelbak bleek later een cruciale rol te spelen in het onderzoek. Politiehonden sloegen daarin aan op een sterke lijkengeur en forensisch onderzoek leverde bloedsporen op die overeenkomen met het DNA van Tijn. Ongeveer een maand na zijn verdwijning werd in België bij een vakantiehuisje een olievat aangetroffen met verbrande menselijke resten. Het Nederlands Forensisch Instituut stelde vast dat het om Tijn ging, op basis van onderzoek aan spierweefsel.
In datzelfde olievat werden ook diverse voorwerpen gevonden, waaronder een hamerkop, een meslemmet, een metalen staaf en een schep. Justitie vermoedt dat deze zijn gebruikt bij het geweld of het vernietigen van bewijsmateriaal. Ook zouden de telefoons van het slachtoffer zijn verbrand.
Het OM spreekt van een gezamenlijk plan en baseert zich daarbij niet alleen op technisch bewijs, maar ook op afgeluisterde gesprekken. Zo werd een telefoongesprek onderschept tussen de vader van de verdachten, de vriendin van Mike W. en een gedetineerde kennis, op een moment dat de broers zelf nog geen contact met de buitenwereld mochten hebben.
Tijdens de zitting was alleen Sander W. aanwezig; zijn jongere broer ontbrak. De zaak staat nog in een vroeg stadium. De volgende inleidende zitting is gepland op 8 april en zal

