Een 37-jarige man uit Rotterdam is door de rechter veroordeeld voor zijn rol in een geraffineerde oplichtingszaak waarbij hij zich voordeed als bankmedewerker.
De zaak kreeg een bijzondere wending doordat het beoogde slachtoffer geen willekeurige oudere was, maar een politieagent die meedeed aan een undercoveroperatie.
De verdachte maakte deel uit van een groep oplichters die vorig jaar februari in beeld kwam tijdens een speciaal ingerichte politieactie tegen digitale fraude. In die week plaatste de politie bewust verzonnen gegevens van een zogenoemde oudere man op een phishingsite. Niet veel later volgde een telefoontje van een nepbankmedewerker met het bekende verhaal: er zou iets mis zijn met de bankpas.
Tijdens het gesprek werd aangekondigd dat de pas aan huis zou worden opgehaald en dat ook contant geld en andere waardevolle spullen klaargelegd moesten worden. Toen de verdachte aan de deur verscheen om de spullen in ontvangst te nemen, werd hij direct aangehouden.
Volgens het Openbaar Ministerie gaat het bij dit soort praktijken om meer dan ‘gewone’ oplichting. Slachtoffers worden langdurig telefonisch gemanipuleerd in hun eigen woning, waarbij het vertrouwen stap voor stap wordt misbruikt. De impact is groot, zeker bij ouderen, omdat hun gevoel van veiligheid ernstig wordt aangetast en schaamte vaak maakt dat zij geen aangifte durven te doen.
Het OM benadrukte dat deze vorm van fraude vergelijkbaar is met een woninginbraak, waarbij niet fysiek wordt ingebroken maar psychologisch. De telefoon vervangt daarbij het breekijzer.
Tegen de Rotterdammer werd een gevangenisstraf van vier maanden geëist. De rechter kwam tot een iets lichtere straf en legde drie maanden cel op, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Daarmee volgt volgens de rechtbank een duidelijke waarschuwing dat babbeltrucs niet licht worden opgevat.

