De Hoge Raad heeft de inbeslagname van een geldzending van 19,5 miljoen euro uit Suriname definitief bevestigd.
De zending, verstuurd in 2018 via Hongkong naar Nederland door de Surinaamse Centrale Bank, was bedoeld om contant geld om te wisselen voor Amerikaanse dollars.
De Nederlandse douane sloeg alarm vanwege de ongebruikelijke manier van verpakken, de gekozen route en de aanwezigheid van duizenden biljetten van 500 euro, die nauwelijks in omloop zijn. Het Openbaar Ministerie vermoedde dat de gelden werden gebruikt voor witwaspraktijken en besloot tot inbeslagname.
Later bleek dat binnen zes maanden via vergelijkbare transacties ruim 75 miljoen euro uit Suriname naar Nederland was gestuurd, waarvan een aanzienlijk deel niet te herleiden viel naar een legale herkomst. Zo was er bijvoorbeeld een storting van één miljoen euro binnen twee dagen die niet kon worden verklaard.
De beslissing had ingrijpende gevolgen in Suriname: banken kwamen in liquiditeitsproblemen en de beschikbaarheid van Amerikaanse dollars moest tijdelijk beperkt worden. De Surinaamse Centrale Bank probeerde via verschillende rechtsprocedures, waaronder cassatie bij de Hoge Raad, de inbeslagname ongedaan te maken.
De hoogste rechter in Nederland stelde echter het standpunt van het Openbaar Ministerie volledig in het gelijk. Daarmee is de zaak afgerond en blijft de zending van 19,5 miljoen euro definitief in beslag bij de Nederlandse autoriteiten.
Deze uitspraak onderstreept de strikte aanpak van Nederland tegen ongecontroleerde geldstromen die mogelijk verband houden met witwaspraktijken en internationale financiële criminaliteit.

