Foto ter illustratie. © Pexels / Pixabay

17 jaar cel en TBS geëist tegen man uit Landsmeer voor doodschieten eigen moeder en wegmaken onderbenen

Het Openbaar Ministerie heeft in de rechtbank in Amsterdam een gevangenisstraf van 17 jaar geëist, gecombineerd met TBS met dwangverpleging, tegen een 33-jarige man uit Landsmeer.

De man wordt verdacht van het doden van zijn moeder, het daarna ernstig verminken van haar lichaam en het wegmaken van lichaamsdelen, evenals het bezit van een vuurwapen en munitie.

De zaak draait om een vermissing die begin januari 2025 begon. De vrouw vertrok op een avond naar haar zoon, maar keerde niet terug naar huis. In de uren daarna ontstond onrust binnen haar directe omgeving, waarna zij als vermist werd opgegeven. Kort daarna werd haar voertuig teruggevonden op een parkeerplaats, wat de eerste concrete aanwijzing vormde dat er iets ernstigs was gebeurd.

Wat volgde was een onderzoek waarin de woning van de verdachte al snel centraal kwam te staan. In die woning trof de politie later sporen aan die pasten bij een ernstig geweldsincident, waaronder bloedsporen en een vuurwapen. Tegelijkertijd bleef de exacte toedracht aanvankelijk onduidelijk, terwijl de verdachte zich in de eerste fase presenteerde als bezorgde zoon binnen de familiekring die meekeek in de zoektocht.

Volgens het Openbaar Ministerie werd tijdens het onderzoek een reconstructie gemaakt op basis van camerabeelden, telefoongegevens, getuigenverklaringen en forensisch materiaal. Daaruit zou blijken dat de man zijn moeder in zijn woning heeft gedood na een conflict dat volgens zijn verklaring verband hield met financiële spanningen en vermeend seksueel misbruik uit zijn vroege jeugd.

Na het doden van zijn moeder zou hij haar lichaam hebben verborgen en later hebben verminkt, waarbij delen van het lichaam uit de woning zijn verwijderd. Met name het wegmaken van lichaamsdelen speelt in het dossier een zwaarwegende rol, omdat die volgens het OM nog altijd niet zijn teruggevonden, ondanks herhaaldelijke vragen en verhoren.

De verdachte heeft zich in het onderzoek lange tijd beroepen op zijn zwijgrecht. Pas maanden later legde hij een gedeeltelijke verklaring af, maar over de locatie van de ontbrekende lichaamsdelen gaf hij geen duidelijkheid. Dat leidde er volgens het OM toe dat de familie definitief zonder volledige antwoorden achterblijft, wat in strafverzwarende zin wordt meegewogen.

Ook het gedrag van de verdachte na de verdwijning weegt volgens het Openbaar Ministerie zwaar. Hij zou zich tegenover familieleden hebben voorgedaan als betrokken zoon terwijl hij volgens het OM kennis had van wat er was gebeurd. Deskundigen achten daarnaast een beroep op geheugenverlies niet aannemelijk.

Het Openbaar Ministerie spreekt van een uitzonderlijk ernstige zaak waarin meerdere strafbare feiten samenkomen en waarin geen verantwoordelijkheid is genomen. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X