Cannabis is de meest aangetroffen drug bij bestuurders die worden verdacht van rijden onder invloed, blijkt uit een grootschalige analyse van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
In een onderzoek naar 64.000 bloedmonsters uit de periode 2017 tot en met 2023 werd bij veruit de meeste gevallen cannabis in het bloed aangetroffen.
Uit de analyse blijkt dat bij 71 procent van de onderzochte bestuurders sprake was van cannabisgebruik. Amfetamines, zoals speed en xtc, kwamen voor bij 30 procent van de gevallen, terwijl cocaïne werd aangetroffen bij 15 procent. GHB kwam voor bij 6,8 procent van de bestuurders.
Opvallend is dat combinaties van meerdere drugs regelmatig voorkomen. Ongeveer één op de vijf bestuurders had meer dan één soort drugs in het bloed, met combinaties zoals cannabis en amfetamine of cannabis en cocaïne als meest voorkomend. In sommige gevallen ging het zelfs om drie of vier verschillende middelen tegelijk.
Volgens NFI-onderzoeker Carolien Boone is rijden onder invloed van drugs levensgevaarlijk. In het onderzoek kwamen ook gevallen naar voren waarbij bestuurders meerdere soorten drugs tegelijk hadden gebruikt en soms zelfs geen geldig rijbewijs hadden.
Het onderzoek laat daarnaast zien dat het overgrote deel van de verdachten man is (92 procent), met een gemiddelde leeftijd van 29 jaar. Jongere bestuurders onder de 26 jaar testen vaker positief op THC, terwijl het gebruik van cocaïne en amfetamines juist vaker voorkomt bij oudere leeftijdsgroepen.
Sinds de invoering van de speekseltest in 2017 neemt het aantal bloedafnames sterk toe. Waar in 2021 nog 4.450 monsters werden afgenomen, steeg dat aantal in 2025 naar 28.841.
Het NFI benadrukt dat het exacte aantal verkeersongevallen waarbij drugs een rol spelen niet volledig bekend is en pleit voor verder onderzoek naar het verband tussen drugsgebruik en verkeersongelukken.

