In het hoger beroep van het Marengo-proces dreigt opnieuw vertraging van jaren.
De nieuwe advocaten van Ridouan Taghi willen dat de behandeling van de zaak wordt stilgelegd tot maart 2028, omdat zij naar eigen zeggen onvoldoende tijd hebben om het omvangrijke dossier zorgvuldig door te nemen. Zonder die uitstelperiode zeggen zij hun verdediging opnieuw neer te leggen.
De eis werd donderdag besproken tijdens een extra zitting bij het gerechtshof in Amsterdam. Het verzoek legt direct druk op een proces dat al langere tijd muurvast zit doordat Taghi geruime tijd zonder juridische bijstand heeft gezeten. Daardoor ligt de behandeling van zijn hoger beroep feitelijk al maanden stil.
De nieuwe advocaten, Ronald van der Horst en Anique Slijters, stellen dat het dossier dusdanig complex en omvangrijk is dat serieuze voorbereiding onmogelijk is binnen de gebruikelijke termijnen.
Zij spreken over een benodigde voorbereidingstijd van circa achttien maanden en vinden dat daarbovenop een ruime marge moet worden genomen om hun positie als verdediging veilig te stellen.
Opvallend is dat zij tegelijkertijd eisen dat zij onbeperkt toegang krijgen tot hun cliënt in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Op dit moment is contact alleen toegestaan met toestemming van de minister van Justitie en Veiligheid, een beperking die volgens de advocaten hun werk belemmert.
De verdediging erkent dat het verzoek om het proces tot 2028 stil te leggen uitzonderlijk is, maar stelt dat de ernst van de zaak en de mogelijke levenslange straf een grondige voorbereiding noodzakelijk maken.
Tussentijdse behandeling van onderdelen van het dossier wijzen zij af, omdat dit volgens hen niet past bij een zorgvuldige processtrategie.
Volgens de advocaten speelt daarnaast mee dat het extreem moeilijk is geworden om juridische bijstand te vinden in de zaak rond Taghi, mede door de risico’s en eerdere ontwikkelingen rond advocaten die hem hebben bijgestaan.
Het gerechtshof toont zich terughoudend tegenover het verzoek. Rechters zetten vraagtekens bij de noodzaak van zo’n lange stillegging en wijzen erop dat in eerdere fasen van het proces ook kortere voorbereidingstermijnen zijn gehanteerd.
De verwachting is dat het hof op korte termijn een beslissing neemt over de toekomst van het hoger beroep.

