Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een 48-jarige vrouw uit Groningen veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf, gecombineerd met tbs met dwangverpleging.
De uitspraak volgt op bewezen doodslag, brandstichting en zware mishandeling, waarbij een deel van de feiten plaatsvond terwijl zij in voorarrest zat.
De zaak draait om een dodelijke steekpartij op 23 april 2024 in Groningen. Daarbij kwam een man om het leven nadat hij met meerdere messteken werd geraakt.
De verdachte stelde dat zij handelde uit noodweer, omdat zij zich in haar woning zou hebben moeten verdedigen tegen bedreiging en vernedering. Het hof ging daar niet in mee en oordeelde dat niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een noodweersituatie.
Vast staat wel dat de vrouw op enig moment een mes heeft gehanteerd en het slachtoffer heeft gedood. Volgens het hof is er onvoldoende juridische basis om haar handelen als zelfverdediging te kwalificeren, waardoor doodslag is bewezen verklaard.
De zaak kreeg een extra zwaar karakter door gebeurtenissen tijdens haar detentie. Terwijl zij in voorarrest zat, zou zij brand hebben gesticht in haar cel en een medewerkster van een huis van bewaring ernstig hebben mishandeld. Het slachtoffer liep daarbij ernstig oogletsel en een meervoudige oogkasbreuk op. Camerabeelden van het incident zijn door het hof als bewijs gebruikt, ondanks dat de verdachte stelde dat deze gemanipuleerd zouden zijn.
Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat de vrouw lijdt aan ernstige psychische stoornissen die haar gedragskeuzes hebben beïnvloed. Deskundigen adviseren daarom verminderde toerekeningsvatbaarheid, een oordeel dat door het hof is overgenomen. Tegelijkertijd werd het risico op herhaling als groot ingeschat.
De combinatie van de ernst van de feiten en het gevaar voor herhaling heeft geleid tot de oplegging van zowel een langdurige gevangenisstraf als tbs met dwangverpleging.
Dat betekent dat de vrouw na haar straf gedwongen wordt behandeld in een gesloten inrichting, zonder vooraf vastgestelde einddatum.

