Een man is in hoger beroep veroordeeld tot 15,5 jaar gevangenisstraf voor zijn rol bij de dood van de 26-jarige Mike Duif in Amersfoort in 1996.
Het hof spreekt van een “koelbloedige executie” die decennialang onopgelost bleef voordat een coldcase-onderzoek tot een doorbraak leidde.
Het slachtoffer werd op 23 februari 1996 in zijn eigen woning doodgeschoten.
Volgens het hof werd hij gedwongen te knielen voordat de verdachte hem meerdere keren door het hoofd schoot. De zaak bleef jarenlang zonder oplossing, ondanks eerdere onderzoeksinspanningen.
Pas in 2020 kwam er een anonieme tip binnen bij het coldcaseteam, die uiteindelijk leidde naar verdachte Dave L. Na verder onderzoek werd hij in april 2022 aangehouden. Tijdens het onderzoek legde hij bovendien een bekentenis af tegenover undercoveragenten en verstrekte hij details die alleen de daadwerkelijke dader kon weten, aldus het hof.
Uit het onderzoek komt naar voren dat het slachtoffer en de verdachte elkaar mogelijk kenden via handel in gestolen computeronderdelen. Kort voor zijn dood had het slachtoffer een aanzienlijk geldbedrag verdiend.
De verdachte stelde dat hij recht had op een deel van dat geld en dat hij bovendien geld nodig had om een deurwaarder te betalen. Na de moord verdween er circa 13.000 gulden.
Het hof kon echter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat er sprake was van voorbedachte rade. Daarom is geen sprake van moord, maar van gekwalificeerde doodslag. De straf valt iets lager uit dan eerder door de rechtbank was opgelegd, mede vanwege de lange duur van de procedure.
Naast de gevangenisstraf moet de veroordeelde schadevergoedingen betalen aan de moeder en zus van het slachtoffer.
Nabestaanden werden na het delict geconfronteerd met de plaats delict, wat volgens het hof heeft geleid tot langdurige psychische gevolgen binnen de familie.

