Het Openbaar Ministerie heeft vandaag gevangenisstraffen tot 12 jaar geëist tegen drie voormalige topbestuurders van Bulk Terminal Zeeland (BTZ), een overslagbedrijf in de haven van Vlissingen.
De mannen van 45, 58 en 61 jaar worden verdacht van betrokkenheid bij grootschalige cocaïnehandel, witwassen, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.
Daarnaast eist het OM per verdachte een geldboete van 75.000 euro. Tegen een 56-jarige Litouwse medeverdachte is vier jaar cel en een boete van 50.000 euro geëist voor witwassen.
Volgens het Openbaar Ministerie gaat het om een zaak waarin een legale bedrijfsstructuur jarenlang zou zijn gebruikt als dekmantel voor de invoer van grote partijen cocaïne.
De terminal in Vlissingen zou daarbij een sleutelrol hebben gespeeld in meerdere transporten waarbij drugs werden verstopt in reguliere ladingen zoals soja, kolen en aluminium.
Het onderzoek, dat de naam ‘Acropolis’ draagt, werd in 2022 gestart op basis van informatie uit het criminele inlichtingenstelsel. In de daaropvolgende fase van het onderzoek maakte de politie onder meer gebruik van onderschepte versleutelde communicatie via PGP-diensten zoals SKY ECC en Exclu, aangevuld met observaties en afgeluisterde gesprekken. Ook werd een traject met een undercoveroperatie ingezet.
Uit het dossier komt naar voren dat de verdachten sinds 2017 betrokken zouden zijn geweest bij meerdere importpogingen en succesvolle transporten van cocaïne, met partijen die volgens justitie opliepen tot ruim 2000 kilo per zending. In totaal gaat het om zes vastgestelde of vermoedelijke invoermomenten.
Binnen die werkwijze zouden twee van de directieleden verantwoordelijk zijn geweest voor de operationele contacten met criminele netwerken, terwijl de derde verdachte zich volgens het OM vooral bezighield met de financiële afhandeling en witwasconstructies, onder meer via internationale geldstromen en contante transacties.
Het Openbaar Ministerie stelt dat de verdachten daarmee een centrale schakel vormden in een logistieke keten van internationale drugshandel.
Volgens de officieren van justitie werd het legale bedrijf bewust ingezet om criminele stromen mogelijk te maken, met grote gevolgen voor de haven en de reguliere bedrijfsvoering.
De rechtbank doet op een later moment uitspraak.

