Een enorme partij cocaïne heeft de haven van Cartagena niet verlaten nadat Colombiaanse autoriteiten 499 kilo van de drugs ontdekten in een container die onderweg was naar Spanje.
De lading had Valencia als bestemming en lijkt onderdeel te zijn geweest van een georganiseerde poging om cocaïne via zee naar Europa te krijgen.
De drugs zaten verborgen tussen een reguliere commerciële lading. Daarmee probeerden de smokkelaars de cocaïne tijdens het transport uit het zicht te houden.
De gebruikte werkwijze staat bekend als de ‘rip-off’-methode: drugs worden tijdens of rond het laden van een container toegevoegd aan een legale zending, zonder dat de oorspronkelijke eigenaar van die lading daar noodzakelijkerwijs van op de hoogte is.
De controle bracht daarnaast een tweede opvallend detail aan het licht. De veiligheidszegels van de container bleken vervalst. Zulke zegels moeten normaal gesproken aantonen dat een container tijdens het vervoer niet is geopend.
Door vervalste exemplaren te gebruiken, kon worden geprobeerd de indruk te wekken dat de lading onaangeroerd van Colombia naar Spanje zou reizen.
Voor de smokkelaars betekende de ontdekking dat de partij nooit in Valencia is aangekomen. Bijna een halve ton cocaïne is daarmee uit een transport gehaald voordat de drugs de Europese markt konden bereiken.
De route tussen Colombia en Spanje vormt in deze zaak het internationale decor van de smokkel. De autoriteiten richten zich nu op de personen en organisatie die verantwoordelijk zijn voor de zending. Daarbij wordt onderzocht wie de cocaïne in de container heeft laten plaatsen en voor wie de partij uiteindelijk bestemd was.
De onderschepping heeft vooralsnog niet geleid tot informatie over de verdachten achter de zending. Het onderzoek naar de herkomst, organisatie en verdere bestemming van de cocaïne loopt.

