Een 23-jarige man uit Den Haag is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor het doodsteken van zijn opa.
De man stak zijn opa op klaarlichte dag meerdere keren met een groot keukenmes in zijn buik en flank. Het slachtoffer overleed enkele dagen later aan zijn verwondingen.
Het geweld vond op 19 mei 2025 plaats in de Dwingelostraat in Den Haag. De kleinzoon was die dag vanuit Amsterdam naar Den Haag gereisd en liep vervolgens naar de straat waar zijn opa woonde.
Na een kort gesprek ging het mis. Volgens de rechtbank stak hij zijn opa in een opwelling meerdere keren met het mes.
Meerdere mensen waren getuige van de steekpartij. Nadat hij zijn opa had neergestoken, liet de man hem op straat achter zonder hulp te bieden. Het slachtoffer werd zwaargewond achtergelaten en bezweek enkele dagen later aan zijn verwondingen.
Volgens deskundigen verkeerde de man tijdens het incident in een psychose. Daardoor was hij minder goed in staat om keuzes te maken en de gevolgen van zijn handelen te overzien. Een psychiater en psycholoog adviseerden daarom om het feit hem in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank heeft dat oordeel overgenomen.
Toch vindt de rechtbank een langdurige gevangenisstraf noodzakelijk vanwege de ernst van de doodslag. Daarnaast speelt mee dat de man volgens de rechtbank nauwelijks inzicht heeft in zijn ziekte en dat het risico op herhaling hoog wordt ingeschat. Daarom blijft het niet bij een gevangenisstraf en is ook tbs met dwangverpleging opgelegd.
Het verlies heeft volgens de rechtbank diepe sporen nagelaten binnen de familie. De moeder van de veroordeelde, die een dochter van het slachtoffer is, en een andere dochter van het slachtoffer vertelden tijdens de zitting indringend over het verdriet en de boosheid na het overlijden van hun vader en opa.
De nabestaanden krijgen daarnaast gezamenlijk ruim 170.000 euro aan schadevergoeding toegewezen.
De rechtbank spreekt van doodslag, een van de zwaarste strafbare feiten. De combinatie van zes jaar cel en tbs met dwangverpleging moet volgens de uitspraak niet alleen recht doen aan de ernst van het feit, maar ook rekening houden met de psychische toestand van de man en het risico dat hij opnieuw de fout ingaat.

