Twee jonge mannen uit Zweden zouden deze zomer naar Nederland zijn gestuurd om hier twee liquidaties uit te voeren.
Het Openbaar Ministerie verdenkt de 19-jarige Walid A. en de 18-jarige Mohamed A. ervan dat zij zijn ingezet door een internationaal crimineel netwerk. Eén aanslag werd volgens justitie voorkomen, bij de tweede werd daadwerkelijk geschoten.
De zaak kwam aan het rollen nadat de Zweedse autoriteiten Nederlandse collega’s waarschuwden voor een taxireservering vanaf Schiphol naar een hotel in Amsterdam.
Op 7 juli landden Walid A. en Mohamed A. vanuit Kopenhagen in Nederland. Een dag later kochten zij volgens het OM een fatbike.
De twee zouden vervolgens op pad zijn gestuurd voor twee concrete opdrachten. Eén doelwit bevond zich in Haarlem, het andere in Amsterdam. De aanslag in Haarlem kon door de politie worden voorkomen. In Amsterdam werd wel op het beoogde slachtoffer geschoten, maar die persoon bleef ongedeerd.
Volgens het OM kregen de twee jonge verdachten hun wapens niet rechtstreeks mee. Twee Nederlandse vrouwen zouden de vuurwapens in Amsterdam aan hen hebben verstrekt. Het gaat om de 24-jarige Nursena Y. uit Dieren en de 20-jarige Saloua G. uit Cuijk. Zij stonden samen met Walid A. tijdens de eerste voorbereidende zitting voor de rechtbank Amsterdam.
Walid A. werd kort na de mislukte aanslag aangehouden in een Amsterdams hotel. Hij had op dat moment een vuurwapen bij zich. Mohamed A. wist aanvankelijk te ontkomen en werd later in Denemarken opgepakt. Op een mogelijke vluchtroute werd een pet gevonden waarop volgens het onderzoek zijn DNA zat.
Ook de telefoon van Mohamed A. vormt volgens justitie een belangrijk onderdeel van het bewijs. Daarop werden instructies en zoekopdrachten aangetroffen die betrekking hadden op adressen in Amsterdam en Haarlem.
Mohamed A. werd op 26 september aan Nederland overgeleverd. Zijn zaak wordt op 9 december verder behandeld. Tot die tijd blijven de verdachten vastzitten.
Het OM vermoedt dat de twee liquidatiepogingen voortkomen uit een langer lopend conflict. Het onderzoek richt zich daarom niet alleen op de uitvoerders en de vermeende wapenleveranciers, maar vooral op de organisatie die achter de opdrachten zou zitten.
Tijdens de zitting omschreef de officier van justitie de rol die jongeren volgens het OM binnen dergelijke criminele netwerken krijgen als die van ‘kindsoldaten’.
Daarmee benadrukt justitie dat de twee jonge verdachten volgens het onderzoek niet zelfstandig handelden, maar voor een groter crimineel netwerk zouden zijn ingezet.

