Een arrestatieteamlid dat een man in Tiel van dichtbij in zijn nek schoot, wordt niet strafrechtelijk vervolgd.
De man was met een mes op de agent afgestormd en bevond zich op dat moment op hooguit één à twee meter afstand.
Volgens het Openbaar Ministerie Oost-Nederland was er sprake van direct levensgevaar en handelde de agent volgens de regels.
Het schietincident vond plaats in de vroege ochtend van 22 april 2026 in een woning aan de Lutterveldweg. De politie was daar na een melding rond 03.00 uur aangekomen en trof in de woonkamer een man aan die een mes vasthield. Hij reageerde nauwelijks op de agenten en was niet aanspreekbaar. Tijdens het incident verwondde hij zichzelf met het mes.
Een poging om de man met een stroomstootwapen onder controle te krijgen, mislukte. Omdat de situatie onverminderd dreigend bleef, werd het arrestatieteam ingeschakeld.
Het team arriveerde rond 04.00 uur en probeerde de man meermaals tot bedaren te brengen, maar zonder resultaat.
Volgens getuigen werd de man steeds agressiever en onvoorspelbaarder. Tegelijkertijd kwam hij op een getuige ook alert en berekenend over. Toen werd besloten in te grijpen, werden eerst minder ingrijpende middelen ingezet. In de smalle gang van de woning stormde de man vervolgens met het mes op een AT-lid af.
De agent vuurde daarop van zeer korte afstand en raakte de man in zijn nek. De man viel en de dreigende situatie kwam daarmee ten einde. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht en is daar enige tijd opgenomen geweest.
De Rijksrecherche onderzocht het optreden van de agent. Het Openbaar Ministerie concludeert op basis van dat onderzoek dat het schot proportioneel was.
De man naderde de agent met een potentieel dodelijk wapen en vormde volgens het OM niet alleen een direct gevaar voor die agent, maar ook voor de andere leden van het arrestatieteam.
Van het AT-lid kon onder die omstandigheden geen ander optreden worden verwacht. Strafvervolging blijft daarom uit.

