In de Verenigde Staten staat het federale optreden in Minneapolis opnieuw ter discussie.
De National Rifle Association (NRA) en andere wapengroepen hebben zich deze week opvallend uitgesproken over het overlijden van Alex Pretti, de 37-jarige man die zaterdag werd neergeschoten door federale agenten.
Volgens de organisaties mag het feit dat burgers een wapen dragen nooit automatisch worden gezien als een criminele intentie, en ze dringen aan op een grondig en volledig onderzoek naar de omstandigheden van het incident.
De reactie van de NRA valt op omdat de groep normaal gezien nauw verbonden is met president Donald Trump, die zelf het optreden van de agenten prees als “fantastisch werk.” De wapengroepen benadrukken nu echter dat burgers die de wet respecteren niet gedemoniseerd mogen worden, waarmee ze expliciet de kant van Pretti kiezen.
De discussie krijgt extra aandacht omdat Pretti een wapenvergunning had en geen strafblad. Tegelijkertijd stellen sommige door Trump aangestelde aanklagers dat het rechtvaardig is om op iemand te schieten die met een wapen op politie afstapt, terwijl de wapenlobby hiertegenin gaat door te benadrukken dat het dragen van een wapen tijdens protesten legaal is.
De situatie heeft geleid tot landelijke opschudding, met politieke reacties van onder meer de Democraten in de Senaat en commentaar van voormalig president Barack Obama, die de gebeurtenissen een “wake-upcall” noemt.

