Een Indonesische rechtbank heeft negentien verdachten veroordeeld voor hun rol in een grootschalig netwerk dat baby’s verkocht aan mensen met een kinderwens.
Volgens de autoriteiten gaat het om een van de grootste zaken van illegale babyhandel die de afgelopen jaren in Indonesië aan het licht is gekomen.
De groep, bestaande uit achttien vrouwen en één man, zou tussen 2023 en 2025 minstens 34 baby’s hebben verhandeld.
Volgens het onderzoek kwamen ten minste twaalf kinderen uiteindelijk terecht in Singapore. De biologische ouders ontvingen voor hun kind slechts enkele honderden euro’s, terwijl de baby’s daar volgens de autoriteiten voor duizenden euro’s werden doorverkocht.
Uit het onderzoek blijkt dat het netwerk georganiseerd te werk ging. Via sociale media werden ouders benaderd die zich in een kwetsbare situatie bevonden. In sommige gevallen zouden zij onder druk zijn gezet om afstand te doen van hun kind.
Binnen de organisatie waren de taken verdeeld. Sommige verdachten hielden zich bezig met het zoeken naar baby’s, anderen fungeerden als tussenpersoon, verzorgden de kinderen, deden zich voor als de biologische moeder of vervalsten adoptiedocumenten om de herkomst van de kinderen te verhullen.
Volgens justitie stond één vrouw aan het hoofd van het netwerk. Zij zou de verkoop van de baby’s hebben geregeld, nieuwe leden hebben geworven en een centrale rol hebben gespeeld bij het vervalsen van documenten die nodig waren om de kinderen naar het buitenland te krijgen.
De zaak kwam aan het rollen nadat de vader van een pasgeboren baby naar de politie stapte. Hij had via een Facebookgroep over adopties contact gekregen met een vrouw die zijn kind tegen betaling wilde adopteren. Toen de afgesproken betaling uitbleef, deed hij aangifte. Dat leidde uiteindelijk tot een omvangrijk onderzoek waarbij het volledige netwerk werd blootgelegd.
Meerdere verdachten hebben de beschuldigingen bekend, maar verklaarden dat de ouders hun kinderen vrijwillig hadden afgestaan. De vermeende leider erkende dat zij baby’s voor adoptie in Singapore had aangeboden, maar stelde niet te hebben geweten dat haar werkwijze in strijd was met de wet.
De rechtbank legde gevangenisstraffen op die variëren van drie tot zeven jaar. Daarmee vielen de straffen lager uit dan de eis van het Openbaar Ministerie, dat celstraffen van vijf tot tien jaar had gevraagd. Minstens één veroordeelde heeft al aangekondigd in hoger beroep te gaan.
Wat er met de betrokken kinderen zal gebeuren, is nog onduidelijk. De autoriteiten in Indonesië en Singapore hebben daar nog geen beslissing over genomen.
Volgens de Indonesische regering staat het belang van de kinderen centraal, terwijl een van de adoptiegezinnen in Singapore heeft laten weten het opgenomen kind niet te willen afstaan.

