De Britse politie overweegt een strafrechtelijk onderzoek naar Peter Mandelson, voormalig minister en prominent lid van de Labour-partij, naar aanleiding van documenten die recent zijn vrijgegeven in de Jeffrey Epstein-zaak.
De Londense politie heeft meerdere meldingen ontvangen over mogelijk wangedrag door een publiek bestuurder en beoordeelt of hier een onderzoek uit moet volgen.
De controverse richt zich op handelingen van Mandelson in 2009 en 2010, toen hij als minister van Economische Zaken betrokken zou zijn geweest bij het doorspelen van gevoelige staatsinformatie aan Epstein. In de documenten gaat het onder meer om geplande privatiseringen en financiële maatregelen van de Britse overheid, evenals informatie over de oprichting van een Europees noodfonds ter stabilisering van de euro. Critici vrezen dat deze informatie voor persoonlijke of financiële winst door derden misbruikt had kunnen worden.
Het doorspelen van de memo veroorzaakte ophef binnen politieke kringen. Nick Butler, voormalig adviseur van toenmalig premier Gordon Brown en auteur van de memo, benadrukte dat het vertrouwelijke karakter van het document nooit geschonden had mogen worden. Hij uitte zijn verontwaardiging over het feit dat Epstein toegang tot de informatie had kunnen krijgen.
Mandelson zelf ontkent de beschuldigingen dat hij financiële voordelen zou hebben ontvangen van Epstein, een claim die in de vrijgegeven dossiers wordt genoemd. Eerder trok hij zich terug als Brits ambassadeur in de Verenigde Staten en beëindigde hij zijn lidmaatschap van de Labour-partij, nadat bekend werd dat Epstein hem 75.000 dollar zou hebben overgemaakt.
De politieke gevolgen blijven zich opstapelen. Premier Keir Starmer dringt erop aan dat Mandelson zijn adellijke titels verliest, al geeft hij aan daar formeel geen directe bevoegdheid voor te hebben. Parlementariërs van Labour en de oppositie roepen op tot een volledig en onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek, waarbij oud-premier Gordon Brown eveneens stelt dat de zaak grondig moet worden onderzocht.

