Een 19-jarige man uit Breda stond woensdag 21 januari terecht voor het voorbereiden van een zware mishandeling in het kader van een grotere criminele operatie waarin tieners en jongvolwassenen worden ingezet om geweldsdelicten te plegen.
Volgens het Openbaar Ministerie nam de verdachte vorig jaar zonder aarzeling een opdracht aan om iemand in de benen te schieten, ondanks dat een 16-jarige medeverdachte eerder in het proces dodelijk gewond raakte.
Onderzoek wijst uit dat jongeren via telefoons opdrachten ontvangen van een opdrachtgever die hen coördineert en betaald voor gevaarlijke klussen. Deze opdrachten variëren van het stelen van drugs in havens tot het plaatsen van explosieven en het uitvoeren van zogenoemde ‘legdays’, waarbij iemand als waarschuwing wordt beschoten. De verdachten nemen grote risico’s voor relatief kleine beloningen, soms slechts enkele honderden euro’s.
In dit geval ontvingen de verdachte en zijn 16-jarige medeverdachte berichten waarin hen werd gevraagd naar Rotterdam te reizen om een vuurwapen op te halen en een buurt te verkennen. Hoewel de verdachte claimt dat hij pas later doorhad dat de opdracht een schietincident betrof, tonen berichten op zijn telefoon aan dat hij nauw contact hield met de opdrachtgever en actief meewerkte aan de uitvoering van de opdracht, ook in de dagen na het incident.
De politie hield de jongens diezelfde nacht nog onder toezicht. Dankzij tijdige ingrepen werd een schietincident voorkomen, maar het vuurwapen dook later opnieuw op en speelde vermoedelijk een rol bij de fatale gebeurtenis op school waarbij de 16-jarige jongen om het leven kwam.
Het Openbaar Ministerie eist tegen de inmiddels 20-jarige verdachte uit Breda 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor zware mishandeling met voorbedachten rade. De uitspraak in deze zaak wordt over twee weken verwacht.
Eerder stonden andere betrokkenen al voor de rechter. De opdrachtgever kreeg een eis van vijf jaar cel, de uitspraak volgt op 2 februari. De 15-jarige tussenpersoon is in november veroordeeld tot 290 dagen jeugddetentie, waarvan 120 voorwaardelijk, en 100 uur taakstraf. Het onderzoek en de rechtszaken onderstrepen hoe criminele netwerken jongeren inzetten voor gevaarlijke opdrachten en het hoge risico dat zij daarbij lopen.


