Een strafrechtadvocaat uit Rotterdam is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf nadat hij een derde liet meeluisteren met een politieverhoor van een cliënt die in volledige beperkingen zat.
Via onderschepte Encrochat-berichten werd zichtbaar hoe vertrouwelijke informatie rechtstreeks het criminele circuit in stroomde.
De zaak kwam aan het licht door berichten van de persoon die meeluisterde. Tijdens het verhoor stuurde hij onder meer: “verhoor is nog bezig ben nu luisteren” en “heb erbij gezeten bij verhoor”. Ook schreef hij “gaat telefonisch” en “zat bij advocaat”, waaruit blijkt dat hij via de advocaat toegang had tot het gesprek.
In dezelfde chats wordt erkend dat wat er gebeurde niet toegestaan was. Zo staat er letterlijk: “dit mag allemaal niet”. Toch werd de informatie direct gedeeld met anderen. Daarbij ging het onder meer om details over doorzoekingen, in beslag genomen geldbedragen en personen die nog in beeld waren bij de politie en moesten worden gewaarschuwd.
Opvallend is ook een bericht waarin wordt gesproken over een betaling: “heb hem 500 gegeven”. Volgens het Openbaar Ministerie onderstreept dat dat de informatie bewust werd doorgespeeld binnen een crimineel netwerk.
Het hof stelt vast dat de advocaat bewust heeft gehandeld en misbruik heeft gemaakt van zijn uitzonderlijke positie. Als enige mocht hij contact hebben met de verdachte, die vanwege de opgelegde beperkingen verder volledig afgesloten was van de buitenwereld.
De advocaat heeft toegegeven dat hij informatie uit het verhoor heeft gedeeld, maar ontkent dat hij iemand heeft laten meeluisteren. Ook beriep hij zich op zijn verschoningsrecht om geen details te geven. Het hof vindt dat niet geloofwaardig en oordeelt dat hij, gezien zijn ervaring, precies wist wat hij deed.
Volgens het hof heeft hij met zijn handelen niet alleen zijn beroepsgeheim geschonden, maar ook de rechtsstaat ondermijnd door gevoelige opsporingsinformatie beschikbaar te maken voor criminelen.
Hoewel het hof stelt dat dit soort gedrag eigenlijk het einde van een carrière als advocaat zou moeten betekenen, biedt de wet geen mogelijkheid om hem uit zijn beroep te zetten. Daarom blijft het bij een gevangenisstraf van drie maanden.

