Tien jaar na de liquidatie van Vincent Jalink heeft de rechtbank in Amsterdam vier mannen veroordeeld voor hun betrokkenheid bij de moord.
De zaak schokte destijds niet alleen vanwege het extreme geweld, maar ook omdat het slachtoffer werd neergeschoten terwijl zijn negenjarige zoon naast hem in de auto zat.
Jalink was 38 jaar oud toen hij op 16 mei 2016 vlak bij zijn woning in Diemen onder vuur werd genomen. Volgens het dossier werd hij getroffen door twaalf kogels. Hoewel hij nog naar het ziekenhuis werd gebracht, overleed hij later aan zijn verwondingen.
De rechtbank spreekt van een koelbloedige liquidatie die volgens de rechters niet het gevolg was van een spontane uitbarsting van geweld, maar van een zorgvuldig voorbereide operatie.
Achter de moord zou een financieel conflict hebben gezeten dat uiteindelijk uitmondde in een dodelijke afrekening.
Een centrale rol is weggelegd voor de 57-jarige Andries K., die volgens het Openbaar Ministerie achter een incasso-opdracht zat vanwege een investering van ongeveer twee miljoen euro die niet zou zijn terugbetaald.
De rechtbank oordeelde dat zijn aandeel aanzienlijk ernstiger was dan uit de oorspronkelijke strafeis naar voren kwam en legde hem daarom 8,5 jaar gevangenisstraf op.
Daarbij speelde ook mee dat hij werd veroordeeld voor betrokkenheid bij de invoer van 261 kilo cocaïne via een viskotter.
De zwaarste straf in deze zaak ging naar de 36-jarige Willy F. Hij kreeg 13,5 jaar cel omdat hij volgens de rechtbank de liquidatie heeft aangestuurd en een belangrijke organiserende rol vervulde binnen het plan dat leidde tot de moord.
Ook Muhammad S. werd veroordeeld. Hij kreeg acht jaar gevangenisstraf voor zijn bijdrage aan de voorbereiding van de liquidatie. Daarnaast werd hij schuldig bevonden aan witwassen en verboden vuurwapenbezit.
De man die volgens justitie daadwerkelijk de trekker overhaalde, Gideon G., werd al eerder veroordeeld. In hoger beroep kreeg hij in 2023 een gevangenisstraf van 22 jaar opgelegd voor het doodschieten van Jalink.
Met de nieuwe veroordelingen zijn opnieuw betrokkenen gestraft voor een liquidatie die jarenlang onderwerp bleef van onderzoek en rechtszaken. De rechtbank benadrukte in het vonnis de enorme impact van de moord, die zich afspeelde in het bijzijn van een jong kind en volgens de rechters alle kenmerken droeg van een professioneel uitgevoerde afrekening.

