Bij de kust van het Canarische eiland Fuerteventura is een partij van ongeveer 20 kilo cocaïne in zee aangetroffen.
De vondst werd gedaan in het noorden van het eiland, ter hoogte van Corralejo, waarna de Guardia Civil direct een onderzoek is gestart naar de herkomst van de drugs.
Het pakket werd opgemerkt door de bemanning van een lokale boot die in het gebied actief was. Zij zagen een verdacht object in het water drijven en schakelden direct de autoriteiten in. Het bleek te gaan om een grote hoeveelheid verdovende middelen die zorgvuldig verpakt in zee was achtergelaten.
Onderzoekers houden er rekening mee dat het gaat om een zogenoemde “floating drop”, een methode die in internationale drugshandel vaker wordt gebruikt. Daarbij worden pakketten in zee gedropt om later door andere betrokkenen met behulp van coördinaten of gps-posities weer uit het water te worden gehaald.
De politie onderzoekt momenteel hoe het pakket in het gebied terecht is gekomen en welke route het heeft afgelegd. Ook wordt gekeken of de zending verband houdt met bestaande smokkelnetwerken die actief zijn op de Atlantische routes tussen Afrika, Europa en de Canarische Eilanden.
De vondst wordt door de autoriteiten gezien als een aanwijzing dat de regio steeds vaker wordt gebruikt als tussenpunt in internationale drugstransporten over zee. In het gebied wordt de surveillance inmiddels opgevoerd om verdere drops of transporten vroegtijdig te onderscheppen.

