Tegen drie mannen is vandaag in de rechtbank van Zwolle een gevangenisstraf geëist voor een gewelddadige overval op een klokken- en horlogewinkel in de stad.
Het incident vond plaats op 1 februari 2025, toen twee van de verdachten de eigenaar van de zaak aanvielen, vitrinekasten leeggraaiden en vervolgens vluchtten in een gereedstaande auto.
De officier van justitie eiste voor de 44-jarige man uit de gemeente Apeldoorn een celstraf van 44 maanden, waarvan 8 maanden daadwerkelijk, vanwege zijn rol als chauffeur van de vluchtauto en het bezit van wapens en drugs in een woning waar ook een kind aanwezig was.
Voor de andere twee verdachten, een 36-jarige man uit Deventer en een 27-jarige man uit Den Haag, werden straffen van 38 maanden geëist, eveneens met een deel voorwaardelijk. Alle verdachten zouden een proeftijd van drie jaar krijgen met bijzondere voorwaarden.
Uit het onderzoek blijkt dat de 36-jarige en 27-jarige daadwerkelijk de winkel binnengingen. De 27-jarige droeg een wapen bij zich, sloeg de eigenaar en vernielde vitrinekasten. De 44-jarige bleef in de auto wachten en zorgde zo voor de vluchtmogelijkheid van het tweetal. Ondanks dat de verdachten deels bekennen, wijst ieder van hen naar de ander als het gaat om wie het plan voor de overval heeft bedacht. De rechtbank beoordeelt het als medeplegen, wat betekent dat het gezamenlijke opzet en bewuste samenwerking centraal staat bij de bewezenverklaring.
De officier van justitie legde tijdens het requisitoir extra nadruk op de impact van de overval op het slachtoffer. De eigenaar bleef ontredderd achter te midden van de vernielde vitrines, terwijl zijn hond van schrik was gevlucht. De overval heeft het gevoel van veiligheid van de winkelier blijvend aangetast: het werk dat hij ooit rustig en met vertrouwen deed, ervaart hij nu als gespannen en belastend.
De zaak laat zien hoe een kortdurend geweldsincident verstrekkende gevolgen kan hebben voor het dagelijks leven van een slachtoffer, zeker wanneer het gaat om iemand die eerder ook al slachtoffer van een overval was geworden. Het Openbaar Ministerie benadrukt dat de ernst en het bewust geweldgebruik bepalend zijn voor de opgelegde strafmaten.
De rechtbank zal de straffen later definitief vaststellen.

