Drietal krijgt cel voor drugshandel en regelen panden om drugs onder dwang te koken

De rechtbank heeft drie mannen uit Dieren, van 24, 24 en 19 jaar oud, veroordeeld voor hun rol in een crimineel samenwerkingsverband dat zich bezighield met de handel en productie van harddrugs.

De mannen krijgen gevangenisstraffen variërend van 20 tot 30 maanden opgelegd, deels voorwaardelijk. Daarnaast is de jongste verdachte ook schuldig bevonden aan wapenbezit, terwijl een van de 24-jarigen werd veroordeeld voor mishandeling, huisvredebreuk en vernielingen.

De drie vormden ruim veertien maanden een georganiseerde groep die zich richtte op de handel in cocaïne in en rond Dieren.

Twee van hen namen de leiding binnen het netwerk: zij kochten de drugs in, produceerden en verkochten deze, en regelden woningen waar onder dwang drugs konden worden uitgekookt of opgeslagen. Ook zetten zij anderen onder druk om als dealers voor hen te werken.

De derde man zorgde voor het vervoer en de bezorging van de drugs en hield de communicatie tussen de andere twee gaande toen een van hen vastzat.

Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat één van de mannen thuis een vuurwapen bewaarde. Een ander drong de woning van een drugsgebruiker binnen, mishandelde daar een bezoeker en gooide tot twee keer toe de ruiten in.

Hoewel de drie ook werden verdacht van brandstichting waarbij een compleet huizenblok onbewoonbaar werd verklaard, sprak de rechtbank hen daarvan vrij. In het dossier ontbreekt volgens de rechtbank concreet bewijs dat het trio bij deze brand betrokken was. Ook een poging tot brandstichting die aan één van hen werd toegeschreven, kon niet worden bewezen.

De rechtbank benadrukte in het vonnis de maatschappelijke schade die de handel in harddrugs veroorzaakt. “Harddrugs zijn niet alleen gevaarlijk voor de volksgezondheid, maar vormen ook een bron van geweld, overlast en ondermijnende criminaliteit,” aldus de rechters. De mannen handelden volgens de rechtbank uitsluitend uit winstbejag en zonder oog voor de gevolgen voor anderen.

Bij het bepalen van de straffen hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen. Een van de 24-jarigen, die al een strafblad had en nog in een proeftijd liep, kreeg 24 maanden cel en moet bovendien een eerdere voorwaardelijke straf van vier maanden alsnog uitzitten. De tweede 24-jarige man, voor wie reclasseringstoezicht nog kansrijk werd geacht, kreeg 30 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

De 19-jarige verdachte, die deels minderjarig was tijdens de pleegperiode, werd als volwassene berecht. De rechtbank zag geen reden om het jeugdstrafrecht toe te passen en legde hem 20 maanden cel op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Tot slot moet een van de 24-jarige verdachten een schadevergoeding van bijna 400 euro betalen aan de slachtoffers van de mishandeling en vernielingen. De civiele vordering in verband met de vrijgesproken brandstichting werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.

Volg CrimeNieuws op:

WhatsApp Instagram Snapchat X