Een arts uit Berlijn is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de moord op vijftien patiënten die hij tijdens zijn werk in de palliatieve zorg zou hebben gedood.
Daarnaast mag Johannes M. nooit meer als arts werken.
De rechtbank achtte bewezen dat M. tussen 2021 en 2024 patiënten opzettelijk om het leven bracht.
Volgens justitie gebruikte hij zijn positie als arts om slachtoffers eerst buiten bewustzijn te brengen met medicijnen. Daarna zou hij een spierverslapper hebben toegediend, waardoor zij overleden doordat hun ademhaling stopte.
De zaak kwam aan het licht tijdens een onderzoek naar een brand die volgens de aanklagers verband hield met pogingen van de arts om sporen te wissen. M. zou hebben geprobeerd bewijsmateriaal te vernietigen door brand te stichten.
Kort voor het einde van het proces legde de arts gedeeltelijk een bekentenis af. Hij gaf toe twaalf van de vijftien moorden te hebben gepleegd. Volgens zijn verklaring wilde hij de patiënten naar eigen zeggen uit hun lijden verlossen.
De rechtbank ging mee met de eis van het Openbaar Ministerie en legde naast de levenslange celstraf ook een permanent beroepsverbod op. Daarmee komt een einde aan de medische loopbaan van de arts.
De zaak is echter mogelijk nog groter dan de vijftien bewezen verklaarde moorden. Justitie onderzoekt momenteel nog 76 andere verdachte sterfgevallen waarbij M. mogelijk betrokken kan zijn geweest. Als uit dat onderzoek nieuwe aanwijzingen komen, kan een aanvullende aanklacht volgen.
De zaak heeft in Duitsland opnieuw discussie aangewakkerd over de controle op zorgverleners die werken met kwetsbare patiënten in de laatste fase van hun leven.
Vooral binnen de palliatieve zorg, waar artsen dagelijks beslissingen nemen rond pijnbestrijding en medicatie, ligt de grens tussen medische hulp en levensbeëindiging uiterst gevoelig.

