De Duitse autoriteiten hebben een beloning van één miljoen euro uitgeloofd voor informatie die leidt naar de daders van een ernstige sabotageactie begin januari in Berlijn.
Door brandstichting bij stroomkabels raakte een groot deel van de hoofdstad langdurig zonder elektriciteit, een incident dat de Duitse regering ziet als een wake-upcall.
De brand werd gesticht bij een brug waar belangrijke elektriciteitskabels over het Teltowkanaal lopen. Door de schade vielen ongeveer 45.000 huishoudens en ruim 2.200 bedrijven plotseling zonder stroom. Het herstel nam dagen in beslag, omdat noodvoorzieningen en tijdelijke bekabeling moesten worden aangelegd om de energievoorziening weer op gang te brengen.
De sabotageactie werd opgeëist door de links-extremistische groepering Vulkangruppe. Wie er daadwerkelijk achter de brand zit, is echter nog altijd onduidelijk. De Duitse justitie is een uitgebreid onderzoek gestart en hoopt met de hoge beloning getuigen of betrokkenen over de streep te trekken.
Volgens minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt heeft de aanval geleid tot een herbezinning op de aanpak van links-extremisme in Duitsland. Hij stelt dat deze stroming opnieuw aan invloed wint en dat veiligheidsdiensten hier tot nu toe onvoldoende scherp op waren. De regering wil daarom extra personeel inzetten en werkt aan nieuwe wetgeving die opsporingsdiensten meer digitale bevoegdheden moet geven.
Die plannen richten zich onder meer op grootschalige data-analyse, het gebruik van gezichtsherkenning en het langer bewaren van IP-adressen. Volgens Dobrindt zijn deze middelen nodig om dit soort sabotage in de toekomst sneller te kunnen voorkomen of oplossen.
De stroomstoring geldt als de meest ingrijpende in Berlijn sinds de Tweede Wereldoorlog en heeft het debat over de kwetsbaarheid van vitale infrastructuur in Duitsland opnieuw aangewakkerd.

