Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf van negen jaar en een geldboete van 1,2 miljoen euro geëist tegen een 39-jarige man die eerder werkzaam was in de Rotterdamse haven.
Volgens justitie speelde hij jarenlang een sleutelrol bij de invoer van grote hoeveelheden cocaïne en was hij bovendien betrokken bij de voorbereiding van een liquidatie. De verdachte wordt door het OM gezien als een belangrijke schakel binnen het criminele netwerk rond de voortvluchtige drugscrimineel Jos Leijdekkers.
De man kwam in beeld na een grootschalig onderzoek van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, onder leiding van het Landelijk Parket en het parket Rotterdam. Ontsleutelde berichten van de communicatiedienst Sky ECC vormden de basis van het onderzoek. Uit die chats zou blijken dat de verdachte tussen eind 2019 en eind 2024 betrokken was bij de invoer van in totaal meer dan vierduizend kilo cocaïne via Nederland. Lange tijd verbleef hij in Marokko, maar bij een poging om in november 2024 naar Nederland te reizen werd hij op de luchthaven van Rotterdam aangehouden.
Volgens het OM fungeerde de verdachte als organisator binnen de haven. Hij zou uithalers hebben aangestuurd, hun werkzaamheden hebben gecoördineerd en hen hebben voorzien van informatie over containers en tijdstippen. Die informatie kreeg hij volgens justitie via corrupte contacten binnen de haven. Ook bepaalde hij de beloningen voor de betrokken uitvoerders. Bij zijn arrestatie werd een telefoon in beslag genomen waaruit zou blijken dat hij zelfs toen nog bezig was met nieuwe cocaïnetransporten, onder meer door drugs te laten verwerken in ladingen kolen.
Daarnaast stelt het OM dat de verdachte plannen had om een man uit de havenlogistiek te laten doden. In berichten op zijn telefoon werd gesproken over het uitschakelen van iemand die niet wilde meewerken. Justitie zegt aanwijzingen te hebben dat er al een vuurwapen was geregeld en dat er daadwerkelijk mensen naar het beoogde slachtoffer zijn gestuurd om hem te intimideren. Getuigenverklaringen zouden dit ondersteunen.
In deze zaak hebben het OM en de verdediging procesafspraken gemaakt. Dat betekent dat justitie een lagere straf eist, terwijl de verdediging zich onder meer niet verzet tegen het bewijs en afziet van hoger beroep. De rechtbank beslist uiteindelijk of zij meegaat in de eis van negen jaar cel en de hoge geldboete. De uitspraak wordt op 23 januari verwacht.


