De rechtbank Noord-Nederland heeft de 57-jarige Mark B. veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor het ombrengen van zijn vriendin in augustus 2024 in Groningen.
De man wurgde haar tijdens een ruzie over zijn drugsgebruik en liet haar lichaam twee dagen achter in de badkamer, verborgen onder linnengoed.
Het geweldsincident ontstond na onenigheid over zijn cocaïneverslaving. Volgens de rechtbank kneep de man haar keel dicht en gebruikte vervolgens het snoer van een föhn om haar te wurgen. De vrouw had zich al langere tijd verzet tegen het drugsgebruik van B., was bezorgd om zijn gezondheid en probeerde hem herhaaldelijk te helpen af te kicken.
Hoewel het om een uiterst gewelddadige daad ging, acht de rechtbank moord niet bewezen. Er is geen sprake van voorbedachte rade, waardoor B. is vrijgesproken van moord, maar wel is veroordeeld voor doodslag.
De rechtbank benadrukt de ernst van het feit en de grote impact op de nabestaanden. Tijdens de zitting legden de dochter en zus van het slachtoffer indringende verklaringen af, waarin zij hun diepe verdriet, woede en onmacht uitspraken. De rechtbank kwalificeert het leed als “onbeschrijflijk en onherstelbaar”.
De kans op herhaling wordt door deskundigen als zeer hoog ingeschat. B. werd in het verleden ook al veroordeeld voor doodslag en kreeg destijds tbs met dwangverpleging opgelegd, die pas in 2019 werd beëindigd na 22 jaar. De combinatie van zijn gewelddadige verleden, de ernst van het feit en zijn gebrekkige behandelrespons leidde ertoe dat de rechtbank nu opnieuw tbs met dwangverpleging oplegt.
Naast de gevangenisstraf en maatregel moet de man schadevergoedingen betalen voor materiële schade, affectieschade en shockschade. De rechtbank onderstreept dat bij de strafoplegging zwaar is meegewogen dat het hier om een herhaling van een levensdelict gaat.

