In de Amerikaanse stad Minneapolis is de spanning rond de immigratiedienst ICE verder opgelopen na een schietincident waarbij een federale agent het vuur opende op een man.
De man werd in zijn been geraakt en raakte niet levensgevaarlijk gewond. Ook de agent liep letsel op en werd naar het ziekenhuis gebracht.
Volgens de autoriteiten ging het om een Venezolaanse man die illegaal in de Verenigde Staten verbleef. Hij werd tijdens een verkeerscontrole staande gehouden, maar sloeg daarna op de vlucht. Tijdens de daaropvolgende worsteling zou de situatie zijn geëscaleerd toen omstanders zich ermee bemoeiden. De agent zegt te zijn aangevallen met voorwerpen en verklaarde te hebben geschoten uit angst voor zijn leven.
De toedracht van het incident is nog onderwerp van onderzoek. Amerikaanse media konden de lezing van de federale overheid niet direct onafhankelijk bevestigen. Zowel een federaal onderzoek door de FBI als een afzonderlijk onderzoek door de autoriteiten in de staat Minnesota is gestart.
Het schietincident leidde vrijwel direct tot nieuwe demonstraties in Minneapolis. Honderden mensen gingen de straat op uit protest tegen het optreden van ICE. De politie zette traangas in om de situatie onder controle te krijgen. Gouverneur Tim Walz en burgemeester Jacob Frey spraken zich uit tegen geweld tegen hulpdiensten, maar riepen tegelijkertijd op tot kalmte. Frey waarschuwde demonstranten ervoor zich niet te laten meeslepen in verdere escalatie.
De onrust staat niet op zichzelf. Een week eerder werd de stad al opgeschrikt door het dodelijke neerschieten van de 37-jarige Renee Good door een ICE-agent. De regering-Trump stelde dat ook in dat geval sprake was van zelfverdediging, maar lokale politici trokken die verklaring in twijfel na het zien van beelden. Die zaak vormde de directe aanleiding voor grootschalige anti-ICE-protesten in de stad.
De aanklager in Minnesota heeft aangegeven zich zorgen te maken over de beschikbaarheid van voldoende bewijs vanuit federale instanties om tot eventuele vervolging over te gaan. Daarmee blijft de juridische afhandeling van beide incidenten voorlopig onzeker.

