De Roemeense rechtbank heeft de rechtszaak tegen Andrew Tate, de voormalige kickbokser en internetpersoonlijkheid, teruggestuurd naar de aanklagers vanwege “onregelmatigheden” in de aanklacht.
Tate, die samen met zijn broer Tristan wordt beschuldigd van mensenhandel en andere ernstige misdrijven, had eerder bezwaar aangetekend tegen de aanklacht.
Onregelmatigheden in de aanklacht
Andrew Tate had bezwaar aangetekend tegen de aanklacht die tegen hem was ingediend, en het hof in Boekarest oordeelde in zijn voordeel. Dit betekent dat de aanklagers de zaak opnieuw moeten formuleren en de aanklacht mogelijk moeten aanpassen. De beslissing volgt op eerdere uitspraken van de rechtbank, waaronder het schrappen van enkele bewijsstukken uit het dossier, zoals verklaringen van twee belangrijke slachtoffers.
Andere beschuldigingen tegen de Tate-broers
Naast de beschuldigingen van mensenhandel, worden Andrew en zijn broer Tristan Tate ook aangeklaagd voor seks met een minderjarige en voor deelname aan een criminele organisatie. Deze aanklachten zijn het resultaat van een uitgebreid onderzoek door de Roemeense autoriteiten, die al enige tijd de activiteiten van de Tate-broers onderzoeken.
Belastingschuld en inbeslagname van geld
Naast de rechtszaak in Roemenië hebben de Tate-broers ook te maken met belastingproblemen in het Verenigd Koninkrijk. De Britse politie kreeg onlangs toestemming om meer dan 2 miljoen pond (ongeveer 2,4 miljoen euro) in beslag te nemen van de broers vanwege belastingfraude. Deze belastingzaak is een aparte kwestie die hen ook onder zware druk zet.
De Roemeense rechtszaak zal naar verwachting verdergaan zodra de aanklagers de nodige aanpassingen aan de aanklacht hebben gedaan. Het is nog onduidelijk hoe deze ontwikkelingen de toekomst van de Tate-broers zullen beïnvloeden.


