Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep 12 drugskoeriers veroordeeld voor het vervoeren van harddrugs van en naar Schiphol en daarbij aanzienlijk hogere straffen opgelegd dan de rechtbank eerder deed.
De straffen variëren van 4 tot 40 maanden gevangenisstraf en liggen duidelijk hoger dan de eerdere vonnissen, die tussen de 110 dagen en 26 maanden uitkwamen.
De zaak draait om zogenoemde Schiphol-koeriers, waarbij het Openbaar Ministerie in hoger beroep ging nadat de rechtbank Noord-Holland in eerdere zaken lagere straffen oplegde dan landelijk is afgesproken. Volgens het hof is het van belang dat er consistentie bestaat in de strafmaat voor dit soort veelvoorkomende drugsdelicten, waarbij het gebruik van landelijke oriëntatiepunten leidend moet zijn.
Die oriëntatiepunten zijn vastgelegd binnen het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en dienen als richtlijn voor rechters bij onder meer drugssmokkel via luchthavens. Het hof benadrukt dat deze afspraken bijdragen aan rechtseenheid en voorspelbaarheid in de rechtspraak, en ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van het landelijke kader.
Hoewel het hof oog heeft voor de kritiek op de standaardisering van straffen in koerierszaken, stelt het dat eventuele aanpassing van de richtlijnen aan de Commissie Rechtseenheid is en niet via individuele uitspraken moet worden doorgevoerd.
Wel blijft het mogelijk om in specifieke gevallen af te wijken, bijvoorbeeld op basis van persoonlijke omstandigheden, maar daarvan was volgens het hof in deze zaken geen sprake die een lagere straf rechtvaardigde.

