Hajar was op 4 oktober al om het leven gebracht voordat haar familie haar die avond als vermist opgaf.
Volgens het Openbaar Ministerie werd de 29-jarige vrouw die zondag aan het begin van de middag gedood.
Eerder die dag had ze een bekende verontrustende berichten gestuurd waarin ze om hulp vroeg en schreef dat iemand haar probeerde te vermoorden.
Haar lichaam werd bijna twee weken later gevonden in een koffer in het water van de Amstel, ter hoogte van de Amsteldijk in Amsterdam. De vondst maakte duidelijk dat haar verdwijning verband hield met een ernstig misdrijf.
Het onderzoek leidde uiteindelijk tot de verdenking tegen de 23-jarige Abdi A., die op de dag van haar verdwijning met Hajar op de fiets was vertrokken.
Aanvankelijk werd A. als getuige beschouwd. Het contact tussen hem en Hajar leverde op dat moment volgens de beschikbare informatie geen aanwijzingen op voor een verdachte of een dreigende situatie. Aanvullend onderzoek bracht daar verandering in, waarna de politie hem alsnog als verdachte aanmerkte.
Zijn aanhouding volgde na een ander geweldsincident. In een woning in de gemeente Koggenland zou A. na een ruzie zijn pleegvader met een hamer hebben aangevallen.
De man raakte gewond en moest naar het ziekenhuis. A. wordt daarom niet alleen verdacht van de moord op Hajar, maar ook van een poging om zijn pleegvader te doden. De rechtbank heeft bepaald dat hij minstens veertien dagen langer vast blijft zitten.
De familie van Hajar heeft via haar advocaat gevraagd om rust tijdens het rouwproces. De nabestaanden willen haar naar haar laatste rustplaats brengen en zich kunnen richten op het verlies. Ze willen geen verdere vragen beantwoorden zolang het onderzoek loopt.
Volgens hun advocaat hopen ze dat de waarheid boven tafel komt en dat politie en justitie hun werk ongehinderd kunnen doen.
Het onderzoek moet duidelijk maken wat er precies met Hajar is gebeurd en welke rol A. daarbij heeft gespeeld. De verdenking tegen hem is nog geen bewijs van schuld.

